Meewarig zegt de staande man: "Zitten kan iedereen, nou ja, bijna iedereen." Het ontbeert de zittende man aan geloofwaardigheid vindt hij. "Je moet natuurlijk zijn."
Huzarenstuk is een nieuwe door Flip Filz geschreven lunchpauzevoorstelling in Theater Bellevue, een coproductie met Het Nationale Theater. Filz speelt zelf een van de hoofdrollen, naast Bram Coopmans. Krampachtig zit hij op een stoel in een quasi-stoere houding, in zijn huzarenpak inclusief hoofddeksel met veren. Bram staat ernaast de krant te lezen, in een identiek pak. Ze spelen twee figuranten op de filmset van een historisch oorlogsdrama. De staande man is duidelijk meer ervaren. "Zeker de eerste keer", vraagt hij met het nodige dedain aan de ander. De voorstelling begint als slapstick, met kleine gebaren die al snel op de lachspieren werken. Af en toe klinkt er gerommel in de verte of het geluid van paardenhoeven. Telkens blijken de dingen ingewikkelder dan je zo op het eerste gezicht zou denken. Want bij een film kan het geluid best wel van de andere kant komen. Zodat bij het volgende paardengetrappel de ene man van links naar rechts kijkt en de ander precies andersom. Gaandeweg wordt het gesprek filosofischer van aard. Ze denken dat ze gefilmd worden maar ze weten niet zeker of de camera wel aanstaat. En hoe zit het met de continuïteit? Staan of zetten ze nog wel in dezelfde houding? En hoe lang moeten ze dat eigenlijk volhouden? Ze mogen de opnames natuurlijk niet verpesten of roemloos sneuvelen in de montage. Van pure slapstick wordt het een stuk dat gaat over identiteit en over de zinloosheid. Allebei zijn het 'mislukte' mannen, zou je kunnen zeggen, ze zijn figuranten van het leven geworden. Hoewel er heel summier aan wordt gerefereerd, kom je wel te weten dat de ene man, de staande (Bram) een gesjeesde politicus is en dat de ander een dochter heeft. Als ze thuiskomt terwijl hij op de bank zit, zegt ze tegen haar vriendin dat er niemand thuis is. Ai! Het harde lot van de overbodige ouder.
De teksten zijn licht absurdistisch en er wordt lekker gepingpongd tussen de twee mannen die gaandeweg zowaar enige sympathie voor elkaar lijken te krijgen. De acteurs zijn uitstekend aan elkaar gewaagd. Beide zijn het enigszins gekneusde mannen met een groot verlangen weer een rol van betekenis te spelen. Of in elk geval te mogen bestaan en opgemerkt te worden. Al is het maar in de film waar ze misschien ooit in te zien zullen zijn.