Een stad van staal en steen is Parijs geworden in de visie van Jules Verne. In zijn boek Parijs in de XXe eeuw, geschreven in 1863, schetst hij zijn toekomstvisie van de lichtstad: een kruising tussen maoïstisch China en een mechanische nachtmerrie. Poëzie is er verboden, de wereld wordt geregeerd door boekhouders en technocraten. De kleding is uniform en functioneel, elke Parijse zwier is verdwenen. Het huwelijk is een contract dat geldig blijft zolang de jaarcijfers een positief saldo te zien geven en aan de seksuele behoeften wordt in luttele seconden via afstandsbediening voldaan. Liefde is iets van vroeger.

In deze terreurmaatschappij komt de jonge Michel terecht als hij op zoek naar huisvesting en een baantje bij zijn oom en tante aanklopt. Conform de code -familie in de tweede graad dient te worden gehuisvest, althans voor even- kunnen ze hem niet wegsturen, tenminste zolang zijn verboden ambitie om dichter te worden nog niet is ontdekt.

Een tweede lijn in het verhaal wordt gevormd door de jonge en mooie Lucie die al even pril in Parijs arriveert, op zoek naar romantiek. Dat moet tot iets moois leiden en jawel... na tal van omzwervingen vinden de twee elkaar op een bankje in het park. Hartstocht en passie op het eerste gezicht. Michel gaat een heroïsche strijd aan met de geestdodende Parijse mentaliteit en vindt al gauw andere subversieve krachten op zijn weg.

Ondanks de clichématige opzet van het verhaal van Verne, dat overigens tot een theatertekst bewerkt is door Niek Barendsen, verveelt Parijs in de XXe eeuw geen moment. Alles zit erin: heroïek, humor, spektakel, techniek en politiek. Swarte speelt leentjebuur bij alle mogelijke genres -voor de liefdesscènes bijvoorbeeld de favoriete Hollywood-glamourfilms- en tovert opnieuw met simpele middelen de meest krankzinnige effecten uit zijn hoge hoed. Vooral de primitieve weergave van de vele moderniteiten die Verne schetst zoals de pantelefoon (zoiets als de fax) moet een kolfje naar zijn hand geweest zijn.

Van de acteurs vallen vooral Evert van der Meulen en Servaes Nelissen op met weergaloos spel in diverse kleine rollen. Parijs in de XXe eeuw is opnieuw een topper in het oeuvre van de Firma Rieks Swarte: een subtiele weergave van Verne's pessimistische toekomstvisie, voorzien van de nodige dubbele bodems, en vooral een hartstochtelijke ode aan de verbeelding.