Opvallend glimmende zwarte lakschoenen hebben ze aan, de twee mannen die samen op een boot zijn beland in Ik ben de wind (Eg er vinden), een toneeltekst van de Noorse Jon Fosse. Schoenen om mee naar een cocktailparty te gaan in plaats van op zee te gaan varen.

Ook verder zijn de twee acteurs van Stan (Damiaan De Schrijver) en Discordia (Matthias de Koning) identiek gekleed in hun rollen van de Een en de Ander, in een zwart pak met een donker overhemd. Ze zitten op krukjes, achter hen hangt een bruin zeildoek dat iets van een boot verbeeldt. De Een fronst zijn wenkbrauwen en trekt onophoudelijk aan zijn sigaar, de Ander likt de laatste druppels uit zijn espressootje. Er is nauwelijks sprake van handeling – af en toe staat iemand even op om dan gauw weer te gaan zitten – er is nauwelijks decor, licht of muziek, al zit er opzij een technicus die wat summiere handelingen verricht. Het stuk van Fosse speelt zich volgens de instructies van de auteur 'af in een imaginaire zeilboot; ook de handeling is bedacht, verzonnen, en moet niet uitgevoerd worden, maar imaginair blijven'. De acteurs zelf maakten de toneelbewerking, samen met vertaalster Maaike van Rijn.

De tekst is eenvoudig en poëtisch, vol herhaling en paradoxen. "Het zijn maar woorden", zegt de Ander. "Je probeert te zeggen hoe iets is door iets anders te zeggen." De Een reageert: "Omdat ge niet kunt zeggen hoe het werkelijk is."

Het is het onvermogen van de menselijke communicatie in een notendop. Twee mensen die samen een onschuldig tochtje maken, maar intussen gebeurt er van alles. Ze hebben geen idee van wie de ander werkelijk is, ze tasten in het duister naar bedoelingen, ze proberen wanhopig tussen de regels door iets te begrijpen of juist te ontkennen. De Koning is in deze dialoog meestal de aangever, De Schrijver reageert en stelt vragen. Heel mooi bouwt Fosse de tekst op. Al gebeurt er weinig, toch wordt de spanning langzaam maar zeker opgevoerd. Vooral De Schrijver munt uit in dit acteren met bijna niks: een opgetrokken wenkbrauw, een verschrikte blik opzij of iets te hard trekken aan zijn sigaar, alles vertelt een verhaal.

Het is pure poëzie, zowel in de vormgeving met oerelementen (het bruine zeil, de zee, de kale rotsen, de grijze stenen, de zwarte pakken) als in de filosofische teksten, doordrenkt van betekenis.