Was vroeger echt alles beter of is dat flauwekul? Theatermaker en poppenspeler Fred Delfgaauw neemt in zijn nieuwe solovoorstelling Paradijsvogelshet publiek mee naar het Den Haag van zijn jeugd in de jaren zestig. Hij voert diverse kleurrijke personages op waaronder een boze buurman met xenofobe trekjes, een lieve opa, een man die zijn vrouw niet kan vergeten en een jeugdvriend. Paradijsvogelsnoemt hij ze, omdat ze allemaal een tikje anders zijn dan anderen, bijzonderder, een beetje vreemd misschien.

Eigenlijk zijn we misschien allemaal wel paradijsvogels want zo heel anders zijn ze nou ook weer niet. Die boze buurman kennen we allemaal wel: alleen maar ontevreden en mopperend over de buurt die zo veranderd is met 'die vreemdelingen die onze huizen inpikken en fokken als konijnen'. De ontmoeting met Opa Lau daarna is een verademing omdat hij zo liefdevol praat over het leven. Natuurlijk was vroeger niet alles beter, stelt hij de verteller gerust, het was alleen anders. Opa blijkt eigenlijk al een tijdje niet meer onder de levenden maar dat maakt helemaal niks uit. Hij kletst toch wel lekker door. Immers, zolang hij nog herinnerd wordt, bestaat hij. En als het nog een keer over mocht doen, zou hij achterstevoren willen beginnen: eerst wat jaren genieten van een pensioentje, dan een tijd lekker hard werken, waarbij het voordeel is dat je corpulente buikje steeds strakker en je steeds knapper wordt, om te eindigen met een negen maanden durende zwempartij in heerlijk warm water. Geen nieuw idee natuurlijk (denk aan The Curious Case of Benjamin Button), maar verteld met veel geestige details.

Fred Delgaauw is een geboren verteller en een uitstekende poppenspeler. Hij komt op met een handvol lappen en hoofden in zijn armen, die hij vervolgens stuk voor stuk tot leven weet te wekken. Voortdurend voert hij dialogen met de personages, die elk een eigen, herkenbaar accent krijgen. Technisch zit de voorstelling uitstekend in elkaar. Toepasselijke muziekflarden – van weemoed doortrokken liederen tot Jesus Christ Superstar, de favoriet uit zijn jeugd– een perfecte belichting en mooi gemaakte poppen. Minimale middelen met een maximaal effect.

Wel hinkt de voorstelling op meerdere gedachten en is Delfgaauw soms meer een cabaretier die zijn visie geeft op de actualiteit – vooral in de scènes met de boze buurman die uiteindelijk weerwerk krijgt van een lieve Marokkaanse buurman – dan een verhalenverteller over bijzondere types. Dat gaat enigszins ten koste van de poëzie. De voorstelling gaat over vroeger en nu, over een multicultureel Nederland, over geloven in de hemel of geloven in het leven op aarde, over een weglopende puber en zijn verdeelde ouders, en ook nog over theater maken. Daarmee neemt hij wel erg veel hooi op de vork. Het sterkst is zijn voorstelling als hij als een echte theatertovenaar zijn personages adem inblaast.