Ze zijn jong, slim en veelbelovend: de vier jongens die samen De Avond (English spoken) spelen. Een nieuwe tekst van Rob de Graaf, in het Engels, in een regie van 'good old' Marien Jongewaard van Nieuw West. Een gezelschap dat altijd de confrontatie zoekt, in een volstrekt eigen, rauwe stijl, wars van alle humbug. Vaak provocerend, steeds op zoek naar de grens.

De Avond is heel in de verte geïnspireerd op Gerard Reves De avonden, maar is vooral een poëtische tekst over het leven en de zinloosheid, over scheppen en vernietigen, over de tomeloze energie van de jeugd en over de lethargie van diezelfde jeugd. De generatie van Jongewaard en de Graaf vormt het uitgangspunt,, die van de babyboomers, opgegroeid met de muziek van de Stones en Lou Reed. De generatie voor wie De Avonden een afschrikwekkend beeld vormde van burgerlijkheid, bekrompenheid, saaiheid en die van alles overhoop heeft gehaald, onder andere in het Mickerytheater, destijds de tempel voor het vrije experiment.

De voorstelling wordt gespeeld door vier acteurs die geboren zijn in de jaren tachtig: twintigers (en een enkele dertiger) die natuurlijk op een heel andere manier in het leven staan dan de generatie voor hen. Een van hen vertelt De avonden te hebben gelezen. Hij vond het saai en stomvervelend; een ander vertelt juist hoe het boek zijn leven heeft veranderd.

Al die elementen spelen een rol in De Avond, dat begint met een poëtische voordracht van 'Paint it Black' van de Rolling Stones. Het is de opmaat naar een zestal scènes waarin telkens vanuit een ander perspectief iets wordt geformuleerd over leven en dood, over scheppen en vernietigen. Over Oedipus die zijn moeder trouwt en zijn vader vermoordt, over het huis dat vier wanden heeft waar we moeilijk uit kunnen breken. Over de behoefte aan verzet en politieke actie enerzijds en die aan een lui en gemakkelijk bestaan anderzijds. In geconcentreerde, zich vaak herhalende korte zinnetjes komen de grote thema's allemaal langs. Vanwege het Engels is de associatie met songteksten nog sterker.

De filosofische teksten worden door de vier jonge acteurs uitgesproken, soms apart, soms samen of ze worden gezongen, met op de achtergrond een Brian Eno-deuntje of spacy muzak. Ze doen dat prachtig, heel mooi hoe ze op elkaar reageren. Het is een voorstelling die met niets te vergelijken is: geen verhaal, geen drama, maar een eigenzinnige mix van een hoogmis (maar dan een zonder God), een popconcert en een poëzieavond.