Het is even wennen als je binnenkomt. Geen veilige plek op de tribune in het donker, maar kiezen uit zo'n zeventig zwierig bureaustoelen die verspreid staan over de hele speelvloer. Aan weerszijden spiegelende wanden, waardoor de toeschouwers giechelig een plek zoeken en geconfronteerd worden met zichzelf of besmuikt kijken naar de mensen om hen heen. Het duurt even voordat duidelijk is wie de acteurs zijn: een spannend begin van Hond vrouw man, in een regie van Matthias Mooij. In een interview met deze krant vertelde Mooij dat hij de toeschouwer meer wil betrekken bij de voorstelling doordat hij of zij zelf kan kiezen vanuit welke positie het spel wordt bekeken. In de praktijk werkt dat niet: een aantal toeschouwers wordt wel door de spelers langs de kant gezet omdat ze in de loop van de voorstelling meer vanuit het midden gaan spelen, maar niemand die het in zijn hoofd haalt om zelf rond te gaan rijden met zijn bureaustoel op wielen.

Hond vrouw man is een curieus stuk van de Zwitserse schrijfster Sybille Berg, een soort sprookje over relaties vandaag de dag, met een moraal aan het eind. De hond staat niet voor niets vooraan in het rijtje. Hij wordt gevonden door de man en de vrouw als ze elkaar nog maar net kennen, maar is vooral de verteller van het verhaal. Hij is er getuige van hoe de man (grafisch vormgever, onopvallend, niet zo knap, maar voor vrouwen wel aantrekkelijk) en de vrouw (aardige baan, heeft zich er bij neergelegd dat ze wel alleen zal blijven, de zondagen zijn het ergst) elkaar ontmoeten. Na vier flessen wijn besluiten ze dan toch eindelijk de nacht met elkaar door te brengen. Een sprankelend stel is het niet, vanaf het begin wankelen ze tussen de behoefte aan geborgenheid, liefde en seks en de irritatie die het samenleven met een ander oplevert. De hond voelt éen soort droefheid' tussen hen. Dramatisch maakt dat het stuk niet interessanter op, al zijn er voor singles en mensen met relatieperikelen vast wel veel herkenbare momenten. Pas bij het verrassende slot wordt de plot spannend.

De hond vertelt het verhaal, gekleed in bruine kleding en voorzien van zwarte handschoenen zonder topjes, grotendeels gezeten in een winkelwagen. De man en de vrouw gebruiken de hele ruimte zodat ze soms vlak naast of achter je staan. Het spel was zeker in het begin nogal matjes en weinig overtuigend. Gaandeweg leken de spelers hun zenuwen meer de baas te worden en kwam er wat meer leven in.

Tegen het eind wordt de voorstelling intrigerender. De keuze van de personages is radicaal maar begrijpelijk. Wat er van de hond terechtkomt, is een ander verhaal.