Vader neukt moeder, moeder neukt zoon, zoon neukt zus, dochter neukt vader, alle vier op een rij of in alle mogelijke andere houdingen en constellaties. Het gezin dat Peter Verhelst en Luc Perceval schetsen in hun extreme bewerking van de Oresteia, Aars!, beschikt over een beperkt arsenaal aan uitdrukkingsmogelijkheden. Een geweldige honger naar meer bestuurt hun driften en leidt naar een inferno van destructie.
Het toneelbeeld oogt spectaculair. Aanvankelijk lijkt het alsof je in een planetarium bent beland, totdat de stalen constructie, die volhangt met lampen, omhooggaat en een rond, ondiep bassin zichtbaar wordt. In het midden staat een formica tafel, met vier bijbehorende stoelen. Als de vier personages gaan zitten, zie je door de spiegeling van het water ook hun onderkant weerkaatst, een treffend beeld als het, getuige de titel, gaat om iets te vertellen over de onderkant van de mens.
Achter in de ruimte staat muzikant Eavesdropper, die zich noemt 'angry breakbeat and horror composer'. Het geluid is een belangrijke component in de voorstelling: constant is een pulserende beat te horen die de acteurs in een ritme dwingt en op gezette tijden overgaat in oorverdovende, tegen de irritatiegrens aan schurende elektronische muziek.
Al even dwingend is de taal van Peter Verhelst, die ook de roemruchte Romeo en Julia van het Zuidelijk Toneel bewerkte en met zijn roman Tongkat onlangs de Gouden Uil literatuurprijs won. Zijn bewerking van de Oresteia is meer dan rigoureus te noemen: van het origineel is niet veel meer te herkennen dan de vier hoofdpersonages, Agamemnon, zijn vrouw Klytaimnestra en hun kinderen Orestes en Electra, en het thema van de bloedwraak. Het hele, gecompliceerde drama van het geslacht der Atriden is hier samengebald in een incestueuze, destructieve orgie. Met ongelooflijke heftigheid gaan de personages elkaar te lijf, in een fysieke tour de force. Ze beuken tegen elkaar aan, woest water spattend en woorden brakend, als in een bezwerende ritueel. "We hebben HONGER", brult de vader. Het is geen gewone appetijt, maar een onstilbare honger, een honger naar het ultieme, onbestaanbare, een honger naar excessen. In de poëtische, geconcentreerde taal van Verhelst wordt het bezwerende karakter nog verder versterkt, tot vervelens toe. In Aars! wordt zijn poëtisch universum kleiner en kleiner: het mes is een metafoor voor het mannelijk geslachtsdeel, tot vlees en bloed wordt alles gereduceerd. Zijn visie op de mensheid is inktzwart: het ritueel eindigt met de dochter die temidden van haar dode familieleden rondwaart en vertelt hoe ze zich van onderen heeft laten dichtnaaien. Aars! is een extreme, controversiële voorstelling die bewondering oproept vanwege de stilering en het spel van de acteurs, maar een grondige afkeer van de monomanie van de bewerkers. De reductie van het menszijn tot - in letterlijke zin - wat in-en uitgangen en - als achterliggende gedachte - tot een zelfmoordcommando, gaat al gauw tegenstaan.