"Wie schept, wil de vernietiging", zegt de Markiezin de Merteuil. Er wordt hoog ingezet en niemand ontzien -zeker de Schepper niet- in het spel dat zij en de graaf de Valmont spelen, steeds hoger, tot de dood erop volgt.

Quartett nach Laclos (1980) van Heiner Muller is gebaseerd op de briefroman Les liaisons dangereuses (1792) van Choderlos de Laclos, over de uitdagende verhouding tussen markiezin en graaf, die elkaar overtroeven in steeds buitenissiger affaires. Muller trekt het spel van verleiden, afstoten en aantrekken, tot in haar uiterste konsekwentie door: Quartett is een dialoog van de wanhoop. Waar niets nog wat betekent, vormt de dood de ultieme bevrediging.

Dood Paard speelt Quartett over de volle breedte van de bovenzaal, tegen een rommelig decor van opgestapelde stoelen en krukjes. De toneellampen op de grond geven licht van onderen, wat de erotiek weinig, maar de onheilspellende sfeer zeer ten goede komt. De spelers zijn uitgedost in rose en oranje, doorzichtige, tulen gewaden. Onophoudelijk steken ze filtersigaretten op, terwijl ze rondlopen, ver uit elkaars buurt. Het spel van vooral Manja Topper als de markiezin is overtuigend, de niet bepaald gemakkelijke teksten van Muller gaan haar met een natuurlijke achteloosheid af en toe schemert het verlangen er doorheen. Gillis Biesheuvel heeft het moeilijker: met zijn bonestakerige, lange lijf, zijn grote oren en zijn stekeltjeshaar, gehuld in dat malle gewaad, is hij een toonbeeld van jeugdige onschuld en straalt hij niets uit van de vermoeide man van de wereld, die de graaf de Valmont toch is. Van een gesprek is ook eigenlijk geen sprake, noch van andere vormen van communicatie. De lange monologen lijken niet tegen de ander gericht, eerder voor zichzelf bedoeld en de momenten van daadwerkelijk contact zijn zeldzaam.

Het tanen van jeugd en schoonheid en de onverbiddelijk oprukkende dood spelen een grote rol in Quartett. "Je wordt oud, Valmont", zegt de markiezin genadeloos en hij laat zich evenmin onbetuigd door haar te confronteren met haar ineenschrompelende schoot en verleppende borsten. De dood vormt een verleidelijke bevrijding uit deze onmogelijke verhouding, waarin liefdesverlangen en doodsdrift tot in het extreme worden verbonden.