Vijf jaar geleden kreeg hij de Nobelprijs voor de literatuur en hij is met Beckett waarschijnlijk de beroemdste van de naoorlogse toneelauteurs. Veel gespeeld wordt zijn werk niet, althans niet in Nederland. Dat ook zijn minder bekende werk de moeite nog steeds meer dan waard is, laat Kees Roorda zien met zijn nieuwe productie, eenvoudig Pinter geheten; drie korte stukken van Harold Pinter op één avond. Alle drie stammen ze uit het begin van de jaren tachtig en, al zijn ze heel verschillend, gemeenschappelijk is het gevoel van dreiging van buitenaf. De situatie lijkt aanvankelijk heel normaal. Zo belt in Victoria Station de juffrouw van de centrale met taxi nummer 274 om een eenvoudig klusje door te geven. Gaandeweg ontspoort de normale communicatie, waardoor de interactie tussen de personages steeds mysterieuzer wordt. Een tamelijk onschuldige en geestige dialoog. Dat geldt niet voor de tweede eenakter,Eentje om het af te leren, waarin een man wordt ondervraagd door een perverse machtswellusteling. Al even onheilspellend, zij het op een heel andere manier, is het derde stuk Een soort Alaska,dat is geïnspireerd op Oliver Sacks' boek Awakenings. In een sobere enscenering geeft regisseur Kees Roorda alle ruimte aan de tekst, ondersteund door een sterk spelend ensemble. In Victoria Station vormen kris kras neergezette geluidsboxen het decor, waarmee de illusie wordt opgeroepen van complexe verbindingen in een technocratische wereld. Niet veel meer dan een krukje en een fles whisky is nodig om de gruwelen van machtswellust te ensceneren in Eentje om het af te leren. Op het krukje zit de ondervraagde terwijl de machthebber om hem heen drentelt. Het contrast tussen de magere zwijgzame man, het overhemd open en de voeten bloot, en de corpulente baas in zijn driedelig pak is groot. Nergens wordt duidelijk waarvan de man wordt beschuldigd en waarom hij vastzit, maar het intimiderende gedrag en de indirecte, insinuerende vragen van de machthebber (een sterke rol van Bart Klever) maken de dreiging meer dan voelbaar. Machtsmisbruik, losgezongen van een politieke context en samengebald tot de macabere essentie.
In Een soort Alaska speelt Marlies Heuer de rol van de vrouw die uit haar coma ontwaakt en ze doet dat fabelachtig. Als meisje van 16 is ze in slaap gevallen en wanneer ze wakker wordt, is ze een middelbare vrouw van 45. Schijnbaar moeiteloos transformeert Heuer van het meisje van zestien, dat vol verwondering, behaagzucht en jaloezie (op de grotere borsten van haar zus) de wereld aan het ontdekken is, naar de oudere vrouw die zich langzaam realiseert dat een flink deel van haar leven er al op zit. In alle drie de stukken verrast het ogenschijnlijk normale taalgebruik dat zonder dat je het merkt opeens raadselachtig wordt en onheilspellend. De regie is sober, tijdloos en dienstbaar aan de tekst.