"Alles wat na de oorlog geboren is, kunnen ze beter verzuipen", citeert Nel instemmend een oude kennis. Nel is 97 en ze doet nog alles zelf: wassen en koken en de vaat. Nel zweert bij hard werken en niet zeuren.

Nina heeft de wereld veroverd met haar schoonheidsproducten, gebaseerd op natuurlijke ingrediƫnten. Ze is jong, vitaal en ze wil genieten. De wereld ligt aan haar voeten.

In Vuile dieve worden twee werelden met elkaar geconfronteerd: die van Nel, die het leven neemt zoals het is zonder zich vragen te stellen en die van Nina, die haar leven in eigen handen neemt. Vuile dieve wordt gespeeld op locatie in de Lage Drukcentrale, op het terrein van de Hoogovens. Het is de afscheidsvoorstelling van Hollandia dat na vijftien jaar locatietheater te hebben gemaakt in Noord-Holland afreist naar het zuiden, vanwege de fusie met Het Zuidelijk Toneel. Het is een waardig afscheid geworden waarin vrijwel alle kenmerken die van Hollandia een bijzonder gezelschap maken, terugkeren.

Om te beginnen natuurlijk de keuze om op locatie te spelen. In de rij gedenkwaardige plekken waar Hollandia de afgelopen jaren heeft gestaan, van autosloperij tot Schiphol en van bloembollenkas tot oude fabriek, neemt Corus een speciale plaats in. Met een bus word je over het immense terrein van Hoogovens vervoerd naar de Lage Drukcentrale, al twintig jaar in onbruik, maar met zijn typische industriƫle architectuur en de ruime afmetingen wel een ideale speelplek. Op het diepe speelvlak ligt aan de ene kant (die van Nel) een enorme stapel steenkool, aan de andere kant (die van Nina) witte kiezels met zand. Hoog in de nok hangt een roestig staketsel waaruit af en toe kleine wolken stoom worden geblazen. In die stoom en ook op de enorme ramen aan de achterkant van het gebouw worden beelden geprojecteerd, gemaakt door vj's Eline Dekker en Vera Broos, die niet illustratief werken, maar een eigen verhaal lijken te vertellen.

Muziektheater is een andere belangrijke pijler in de ontwikkeling van Hollandia, waarin vooral Paul Koek de drijvende kracht is geweest. Samen met Jannie Pranger en Ton van der Meer maakt hij van Vuile dieve een ook in muzikaal opzicht interessante voorstelling. De rol van Nina wordt door sopraan Jannie Pranger mooi gezongen, in een staalkaart van stijlen en muzikale middelen, helder en verstaanbaar. Ton van der Meer begeleidt haar met een oude synthesizer, waaronder nog weer diverse andere lagen (natuurgeluiden, electronisch bewerkte slagwerk-fragmenten, muziek uit Tahiti en andere landen) zijn aangebracht.

Mooi zijn de momenten waarop de twee melodische hoofdlijnen, de monoloog van Nel in haar Veens dialect en de zang van Nina, samenkomen en op elkaar reageren. Jammer genoeg gebeurt dat slechts sporadisch. Ook inhoudelijk komt het dubbelportret niet helemaal uit de verf. Hoe interessant de individuele vrouwenlevens ook zijn, waarom zij met elkaar worden geconfronteerd in deze voorstelling, wordt niet overtuigend aangetoond..

Een laatste sterke troef van Hollandia is altijd het sterke spel van acteurs uit de eigen stal geweest. Elsie de Brauw is daar een van en ze speelt opnieuw een schitterende rol. Met behulp van schmink en pruik, maar vooral dankzij een ongelooflijke mimiek en motoriek maakt ze Nel tot een meer dan geloofwaardig personage. Al zou je met Nel nooit willen ruilen, je gaat wel van haar houden.