De rode loper lag uit bij de première van De Aanslag en zelfs het NOS-journaal was aanwezig. De première, die uiteraard plaatsvond in Haarlem, de geboortestad van Mulisch en de stad waar De aanslag zich grotendeels afspeelt, werd bijgewoond door familie en vrienden van de in oktober overleden Mulisch. Mooi meegenomen, de ruime aandacht voor deze eerste toneelbewerking naar het boek van Harry Mulisch, waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. De gelijknamige film van Fons Rademakers, met een Oscar bekroond, is inmiddels al 25 jaar oud. Toen Derek de Lint, Monique van der Ven en Johnny Kraaykamp, nu onder andere Victor Löw, Peter Bolhuis en Nelleke Zitman.
Het begin van de voorstelling is stroef. We zien Victor Löw zowel in de rol van de verteller die terugblikt op zijn leven, als in de rol van de jonge Anton Steenwijk. Hij is twaalf wanneer zich het drama afspeelt waarbij hij, in de laatste maanden voor de bevrijding, zowel zijn ouders als zijn broer Peter verliest. De weergave van de dramatische avond waarop de gebeurtenissen zich afspelen is houterig en moeizaam. Het geluid van de zendmicrofoons laat te wensen over, de dialogen zijn gekunsteld, Victor Löw is nauwelijks geloofwaardig als klein jongetje en zijn ouders gedragen zich als wassen poppen in het museum.
Victor Löw, die met deze rol zijn vijfentwintigjarige toneeljubileum viert, speelt geen droomrol, ook al wordt zijn spel in de loop van de voorstelling geloofwaardiger en overtuigender. Löw is vooral goed in het neerzetten van lichtelijk geëxalteerde, extraverte personages: echte slechteriken zoals in de film Lek, waarvoor hij een Gouden Kalf won, of gedreven, vaak wat hysterische helden zoals in One flew over the cuckoo's nest of Requiem voor een zwaargewicht. Het spelen van een rol als die van de gesloten, introverte Anton Steenwijk gaat hem niet gemakkelijk af. Je ziet eigenlijk hoe hij zich als acteur pas als een vis in het water voelt op de (schaarse) momenten dat hij uit zijn dak mag gaan. Het zijn vooral Peter Bolhuis en Nelleke Zitman die de voorstelling gaandeweg meer vlot trekken.
Het verhaal is en blijft ijzersterk. Als in een spannende thriller worden de brokstukken informatie strikt gedoseerd aangeleverd. Tegen wil en dank wordt Anton die aanvankelijk niets meer wil weten van de precieze toedracht van de gebeurtenissen, steeds opnieuw geconfronteerd met betrokkenen die zich geen raad weten met de gruwelen van het oorlogsverleden. Vooral in de confrontatie met de verzetsstrijder Cor Takes komt het drama tot leven.
De enscenering is tamelijk ouderwets, waarin Piazolla (die van de tranen van Maxima) weer eens wordt ingezet om ingetogen hartstocht te verbeelden en het beeld van de geredde paarden (waar volgens de vele publicaties na Mulisch' dood de schrijver gedurende zijn laatste maanden sterk door ontroerd was) om sfeer te maken en een link naar nu. Het boek is beter.