Het begint al bij de entree. Langs verveloze en uitgewoonde trappenhuizen word je binnengeloodst in de roemruchte Haarlemse Stadsschouwburg. Alleen de twee balkons zijn toegankelijk, de zaal beneden ligt er braak bij, het toneel is onttakeld. Door de kale planken heen wordt de kelder zichtbaar. De voormalige bonbondoos is omgetoverd tot een prachtig uitgelichte industriële ruimte. Met Dark neemt de Stadsschouwburg Haarlem op een bijzondere manier afscheid van het oude gebouw door middel van een samenwerkingsproject met ZT Hollandia en het Rosa Ensemble.
Dark is een ambitieus project, geregisseerd door Paul Koek. Uitgangspunt voor de muziektheatervoorstelling is de geschiedenis van Jeanne d'Arc. Librettist Edzard Mik schreef een lange monoloog waarin niet de mythe van de heldin Jeanne d'Arc wordt gekoesterd, maar waarin hij haar aan het woord laat als jong meisje, op een moment van grote twijfel. Moet zij wel doorgaan met vechten? Zijn er niet al teveel slachtoffers gevallen? Vragen die actueel genoeg zijn. Helaas wordt door de nietszeggende teksten van Mik het drama ontkracht. De banaliteit van het alledaagse kan soms een poëtische zeggingskracht krijgen, maar staat in dit geval de poëzie juist in de weg. Misschien ligt het ook aan de ongeloofwaardigheid van het libretto dat de voorstelling dramatisch niet in evenwicht is. Tot op driekwart van de voorstelling overheerst een statisch toneelbeeld, waarin alleen het licht tovert. Het Rosa Ensemble met de sopraan Jannie Pranger is nauwelijks zichtbaar omdat ze rechts achterin de zaal staan opgesteld. Op het podium dartelen twee jonge meisjes als alter ego's van Jeanne d'Arc, maar zij krijgen te weinig dramatische middelen mee om lang te kunnen boeien.
Pas in het laatste deel wordt op spectaculaire wijze gebruik gemaakt van de ruimte. Met laserstralen worden schitterende, theatrale beelden opgeroepen en wordt ten slotte ook het publiek ondergedompeld in een desolate sfeer. Een deel van het publiek wordt vervolgens mee naar de catacomben gevoerd waar de jonge actrices het voor het zeggen hebben. Het Griekse drama is voorbij. De voorstelling eindigt met het wegstervend geluid van kerkklokken en het licht van een enkele zaklantaarn, die nog een keer langs de wanden en het plafond van de schouwburg schijnt. Het besef dat dit niet alleen het einde van een zeker gedenkwaardige voorstelling is, maar ook de allerlaatste blik op de schouwburg zoals die vanaf 1918 bestaat, dringt langzaam door.