Afgelopen zomer speelde Een Mond vol Zand met veel succes in een duinpan op Theaterfestival Oerol. "De mooiste voorstelling van het seizoen", zei Maria Goos in een uitzending van Opium tv. Nu maakt de voorstelling een tournee door het land. Gewoon in de kleine zaal, zonder de bijzondere atmosfeer van een buitenlocatie, met op de achtergrond het geluid van de zee en het gekrijs van de meeuwen. Ook zonder al die extra’s zijn de makers erin geslaagd een mooie, indringende voorstelling te maken.

Een Mond vol Zand vertelt het verhaal van een jonge vrouw, wiens man als oorlogsjournalist is uitgezonden naar Afghanistan. Als hij spoorloos lijkt te zijn verdwenen, besluit ze hem te gaan zoeken. Hoogzwanger trekt ze door de woestijn, wanhopig op zoek naar een levensteken. Uiteindelijk vindt ze hem, maar hij is dermate getraumatiseerd dat hij haar niet eens lijkt te herkennen. De Afghaanse vrouw, bij wie hij is ingetrokken, is de enige die nog dichtbij hem kan komen. Summier wordt aangegeven dat hij is ontvoerd en mishandeld.

Het verhaal - naar een tekst van Dagmar Slagmolen - wordt rustig verteld, enigszins afstandelijk, vanuit het perspectief van de westerse vrouw. Rosa Arnold componeerde de muziek, die niet begeleidend of illustratief is, maar volstrekt autonoom. Er wordt als het ware een andere taal gesproken, een taal die vooral op emotioneel niveau aanspreekt. Kwaad, verontwaardigd, verontrustend klinkt het geroffel van de man; driftig haar territorium verdedigend en bij vlagen intens melancholisch klinkt het vioolspel van de Afghaanse vrouw. Snerpend zijn de snaren soms en dan weer ongekend lieflijk. De westerse vrouw tokkelt op een merkwaardig zelfgemaakt instrument, een mix van een melkbus en een contrabas.

De voorstelling wordt geproduceerd door Orkater die het talentvolle gezelschap Via Berlin, van actrice Dagmar Slagmolen en muzikante Rosa Arnold, de gelegenheid bood om een eigen stijl te ontwikkelen. Muziektheater waarbij muziek en spel –en dat is bijzonder- een gelijkwaardige rol spelen. Ook het decor is even simpel als doeltreffend. Een tent met een roestig olieblik ernaast verbeeldt de Afghaanse hut waar de man is ingetrokken; het beeld van twee bungelende benen uit een autoportier geeft het gevoel weer van eindeloze vermoeidheid; een emmer zand die langzaam over de vloer wordt uitgestrooid suggereert de woestijn. Videobeelden van de zee en de duinen, een verwijzing naar de oorspronkelijke lokatie, versterken de universaliteit van de gevoelens. Het slotbeeld is dramatisch, maar zonder pathetisch te worden. Een voorstelling die tot de kern raakt, zowel theatraal als muzikaal.