"De voortuin moet stinken, dat houdt vreemdelingen weg." Mevrouw Adel Blank, hoofdpersoon uit het gelijknamige nieuwe stuk van Alex van Warmerdam, wordt niet bepaald gekenschetst als een menslievend persoon. Zij tiranniseert haar personeel dat, net als zijzelf trouwens, alleen maar lijkt te wachten op haar dood. Het stuk is een coproductie van Trust & Mexicaanse Hond en de vermenging van het enorme potentieel aan talent heeft geleid tot, dat mag wel vast worden verklapt, de leukste voorstelling van het seizoen.

De ingrediƫnten die Adel Blank tot zo'n bijzondere voorstelling maken, zijn elk op zich kwalitatief al ijzersterk en ze versterken elkaar in hoge mate. Om te beginnen is er de tekst van Alex van Warmerdam die uitmunt in een schijnbaar eenvoudig, alledaags taalgebruik, maar je door de licht-absurdistische wendingen telkens net op het verkeerde been zet. Razend knap geschreven in het typische van Warmerdam-idioom.

De acteurs zijn een feest om naar te kijken. Hoe groot de verschillen tussen de Trustspelers - vertegenwoordigd door Jacob Derwig, Sylvia Poorta, Halina Reijn en Jaap Spijkers - en de Orkaterclan - Peter Blok en Annet Malherbe - ook zijn, in dit stuk zijn ze tot een hechte eenheid gesmeed. Tot in alle details kloppen plot en personages. Vooral de timing is haarscherp en loepzuiver. Peter Blok is onnavolgbaar komisch als de 'achterlijke' Walter; Sylvia Poorta is een monsterlijk kreng als de hysterische vouw des huizes, Adel Blank, maar weet ook de schrijnende kanten van haar personage te tonen; Jacob Derwig is opnieuw briljant als de giechelende, striplezende en tamelijk onnozele bakvis Meier en Halina Reijn doet niet voor hem onder. En dan zijn er nog La Malherbe, als altijd majestueus aanwezig, en Jaap Spijkers, de eeuwige weifelaar die de innerlijke strijd tussen zijn angst voor conflicten en de permanent aanwezige, onderhuidse woede tot in zijn vingertoppen voelbaar maakt.

Het decor, ook al van Alex van Warmerdam, verbeeldt de huiskamer van Adel Blank en biedt met zijn negen (!) deuren de mogelijkheid tot een ware choreografie aan op- en afgangen, waarvan rijkelijk gebruik wordt gemaakt.

In het begin is niet duidelijk, hoe de verhoudingen tussen de huisgenoten precies liggen, waardoor er subtiel wordt gespeeld met de verwachtingspatronen van de toeschouwer. Als in elke goede komedie lacht die vooral om zichzelf. Behalve voor slapstick en superieure kolder is er in Adel Blank ten slotte ook nog enige ruimte voor ontroering en tragiek.