"Als ik dan zeg 'ik hou van je', hoe weet je dan dat het waar is?", vraagt Jorn Heijdenrijk aan de andere acteurs. Een vraag die in algemene zin al moeilijk te beantwoorden is, maar hier, in de context van een theaterzaal, wel heel veel dubbele bodems kent. Want wat is nu eigenlijk waar of niet waar? Wat is echt of niet echt? En wat is 'houden van' eigenlijk?
In haar nieuwe voorstelling Stanislavski speelt Maatschappij Discordia met de begrippen echt en illusie, gevoed door de denkbeelden van de toneelvernieuwer Konstantin Stanislavski (1863-1938). Hij is vooral bekend geworden door de introductie van het 'method acting', waarbij een acteur zich op intensieve wijze inleeft in zijn rol, als het ware letterlijk in de huid van het personage kruipt. Beroemdste voorbeeld nog altijd: Robert de Niro die twintig kilo aankwam om in de film Raging Bull de bokser Jake La Motta te spelen. Tegenover het 'method acting' staat het 'epische theater', waarbij een acteur juist afstand moet houden van zijn personage.
Volgens de makers is dit het eerste deel van een serie op Stanislavski geïnspireerde reeks voorstellingen. Een voorstelling die lijkt op een repetitie van een theatercollectief dat elkaar heel goed kent en precies weet waar de ander mee bezig is. De timing is onnavolgbaar. Er word voortdurend gediscussieerd op het toneel. De acteurs spreken elkaar bij de voornaam (koosnaam) aan, ze kruipen niet in een rol. Ze spelen zichzelf, worstelend met een aantal van de basisprincipes van toneelspelen. "Nooit zeggen hoe laat het is op toneel", zegt Annie. Dat is net zoiets als een olifant op toneel laten zien, dat moet je ook nooit doen. Zijn er zinnen die de ene acteur eigenlijk niet of niet zo goed kan zeggen terwijl het bij de ander juist lekker klinkt of moet een echt goede toneelspeler alle teksten kunnen spelen? Hoe werken zichtlijnen, wat doet een kostuum, kan die jas wel voor mij, wat kan je allemaal met licht? "Er zijn nog steeds lampen aan ", zegt de een. "Anders zie je niet dat het donker is", antwoordt de ander.
Discordia maakt belangwekkend theater, onder meer vanwege de continue oproep tot nadenken: hoe kijken wij eigenlijk? En dan niet met zwaar experimenteel of theoretisch gedoe, maar zo simpel mogelijk en van binnenuit: door hardop vanuit de eigen ervaring en kennis en met veel gevoel voor humor vragen te stellen. Actueler dan ooit in deze tijd waarin het nut van kunst ernstig ter discussie staat.