Met drie zwart-wit foto's begint de voorstelling. Een kiekje van de vader van Willem de Wolf als bestuurslid van de Groningse voetbalvereniging Velocitas, een portret van Willem zelf als jongeman en een lachende foto van Egon Krenz, die later een zeer korte periode de politieke leider van de DDR zou worden. Op het moment van de foto's is het 1972. Theatermaker Willem de Wolf (bekend van Kas & De Wolf) heeft een parallel gezien tussen zijn eigen communistische jeugd en het leven van Krenz. Hij schreef er een monoloog over en speelt die nu solo, slechts geassisteerd door een technicus die op het toneel zit en zorgt voor licht, geluid en projecties. Een nieuwsgierig makende opzet die uiteindelijk meer vragen oproept dan beantwoordt.

De tekst is interessant genoeg. Gedetailleerd beschrijft de Wolf hoe je aan de kostuums van de leden van de voetbalclub kunt zien wat voor tijd het was. Hij noemt het protestants stalinisme: een mengeling van idealisme met emotionele armoede. Angst voor alles wat anders is, voor fantasie en feesten.

Helaas is de uitvoering niet overtuigend. Het is een vreemde gewaarwording om iemand die zelf de tekst geschreven heeft, die zo moeizaam uit te zien spreken. Alsof er een afstand is komen te staan tussen de schrijver en de theatermaker en de laatste zijn tekst nog net niet helemaal uit het hoofd kent. Misschien deels premièrezenuwen, maar het maakt het een ongemakkelijke indruk. Een ander probleem is dat de schrijver een afstand heeft gecreëerd tussen de verteller en het ik-personage. Zo spreekt hij over zichzelf als 'de jongen' en dat werkt de betrokkenheid van de toeschouwer niet bepaald in de hand. Het eerste deel is dan ook meer een college dan een theatervoorstelling. Bovendien ontbreekt ook de humor, terwijl Willem de Wolf toch juist een meester is in droogkomisch spel.Al met al een moeizame exercitie, waarvan niet helemaal duidelijk wordt wat De Wolf beoogt. Gaat zijn stuk over het fenomeen van 'de tweede man', over de frustratie van de veelbelovende zoon, die nooit uit de verf komt? Maar daar krijgen we in de tekst te weinig aanknopingspunten voor aangereikt. Is het een analyse van de val van het communisme en de overwinning van het neokapitalisme? Daarvoor is de tekst te fragmentarisch en te wijdlopig. Wil de Wolf een oproep doen aan het publiek om te zoeken naar onze idealen die wellicht nog ergens verborgen liggen achter onze hebzucht en ons egoïsme? Een zelfonderzoek naar zijn eigen motieven? Geen van de vragen wordt echt uitgewerkt. Grootste probleem van Krenz, de gedoodverfde opvolger is het ontberen van dramatische zeggingskracht en van humor.