In het Amsterdamse Bos is een hotel verschenen: Hotel Geuldal. Vier sterren hangen aan de gevel maar aan alles is te merken dat die lang geleden zijn vergeven. Bij de ontvangst van een nieuwe gast komt de hotelbaas persoonlijk even langs: 'De klant is koning, toch? Zie jij daar een koning staan?', zegt hij met misprijzende blik tegen zijn personeel. De gast moet terug om opnieuw zijn entree te maken en nu met rechte rug en opgeheven hoofd, graag.
In de komedie DON Q (at your service) voert de hotelbaas een windmolengevecht met het management en probeert de gast een toneelstuk te schrijven, losjes gebaseerd op het beroemde verhaal van Don Quichot van Miguel de Cervantes Saavedra. Het is een nieuw geschreven toneeltekst van Jeroen van den Berg die, samen met Jakop Ahlbom, ook de regie van deze nieuwe zomervoorstelling in het Amsterdamse Bos voor zijn rekening neemt. Werkelijkheid en fictie lopen naadloos in elkaar over in dit stuk vol paradoxen en Droste-effecten: een toneelstuk over een schrijver die een toneelstuk probeert te schrijven. Alles wordt herhaald en gespiegeld: zodra de schrijver intrek heeft genomen op zijn kamer op de eerste verdieping, zitten er op de kamers naast hem meerdere schrijvers achter hun typemachine. De managers, waar de hotelbaas een verbeten gevecht mee voert, zijn niet uit te roeien. Als de eerste twee uit de weg zijn geruimd, komen er onmiddellijk nieuwe opdagen: uit het bovenste kamertje van het hotel. Identiek gekleed, in strakke pakken met zonnebrillen.
Jeroen van den Berg haalt veel overhoop in DON Q (at your service): de bedr ijfsrechercheurs, die op zoek gaan naar de verdwenen managers, foeteren op alles wat er niet meer deugt in ons land; het hotelpersoneel wordt al evenzeer op de hak genomen als het gehate management. Het is een intelligent geschreven stuk waarin het je op een gegeven moment duizelt van de vele lagen. Geestig ook, vol scherpe dialogen en rake oneliners. Jammer is dat er relatief weinig muziek voorkomt in vergelijking met vorige voorstellingen in het Amsterdamse Bos, terwijl dat juist sterk kan werken op zo'n groot en imposant podium.
De acteurs zijn prima, met Aat Ceelen voorop als de door de wol geverfde hotelbaas en Ad Knippels als de geplaagde schrijver. Er wordt snel geschakeld in een potpourri aan stijlen: van klucht naar wildwest en van hotelserie naar een gestileerde slow motionversie van The Blues Brothers. Het stuk begint met een monoloog van de toneelschrijver die in wezen een hekel heeft aan toneel, maar toch weer een stuk heeft geproduceerd. In dit geval: gelukkig maar.