Vanaf het begin is duidelijk, dat er een geheim schuilt achter de verbonden polsen van Aaf, de oudste van de drie zusters Eggert. Wat aanvankelijk achter een rookgordijn verborgen wordt gehouden (letterlijk: de kapelanij waar het stuk zich afspeelt, is vergeven van de wierookdampen), wordt geleidelijk aan onthuld in Een zomerjurk vol verdriet, de nieuwe voorstelling van Het Volk.
Het Volk heeft zich gespecialiseerd in het op weergaloze wijze onthullen van het mannelijk onvermogen in al haar facetten. Ditmaal is de keuze gemaakt om het leed van vrouwen te belichten. Helaas is het niet gelukt om geloofwaardige types neer te zetten: het blijven verklede mannen met een malle pruik op. Waar de kracht van Het Volk ligt in het schijnbaar moeiteloos verbinden van het komische en het tragische door tobbers neer te zetten om wie je toch vreselijk moet lachen, is het evenwicht in deze voorstelling ver te zoeken.
Wat betreft de vorm is gekozen voor quasi-realistisch reportage-drama: via een voice over - waarvoor de stem van Hans Keller wordt gebruikt die de melancholieke sfeer oproept van VPRO-documentaires- wordt op dramatische wijze de grote lijnen van het verhaal verteld; in monologen en enkele gesprekken komen de details aan bod. Vooral in het begin doen die dialogen totaal onnatuurlijk aan, alsof ze alleen gesproken worden om het publiek van bepaalde feiten op de hoogte te stellen in plaats van dat de spelers een spanning naar elkaar toe opbouwen.
Het spel neigt soms naar het absurdistische - en misschien hadden ze daar consequenter voor moeten kiezen -, dan weer hangen de spelers tegen het understatement aan of spelen ze bijna realistisch. Bert Bunschoten zet Aaf totaal hysterisch neer, met wijd openstaande ogen vol verbijstering en een verkrampte mond. De andere twee zusters zijn wat minder uitgesproken en heel even slaagt Wigbolt Kruijver er soms in om zijn personage Pluis tot leven te wekken. Het droeve leven van de drie zusters wordt geleidelijk aan onthuld, alsmede het vreselijke geheim van Aaf. Door de geringe geloofwaardigheid van de personages levert dat noch een gevoel van beklemming noch een bevrijdende lach op.