Het begint bij het einde: de oude Stoner, die met een deken over de benen, terugkijkt op zijn leven, zonder wrok, zonder bitterheid.
Het succesverhaal van Stoner is bekend: de roman van John Williams uit 1965 werd in 2012 opnieuw uitgegeven, met enorm succes: alleen al in Nederland zijn er ruim tweehonderdduizend exemplaren verkocht. Ursul de Geer kocht de rechten en Tom Blokdijk maakte een toneelbewerking.
Geen gemakkelijk boek om te dramatiseren. Het verhaal van Stoner is eerder dat van een antiheld: een bescheiden leven van een bescheiden literatuurdocent met een matig huwelijk, op sobere wijze genoteerd. Veel tegenslag en op het eerste gezicht niet veel geluk. Toch zit daar de kern van het succes: Stoner roept bij de lezer zowel een gevoel van verzet ('ga toch weg bij die vreselijke vrouw') als mededogen en empathie op.
Hoe breng je dat op toneel? Een onmogelijke opgave, maar bewerker en regisseur zijn een eind gekomen. Het is een integere voorstelling geworden, waarin de liefdevolle verteltoon van Williams recht wordt gedaan.
Het toneelbeeld van Herbert Janse en het uitgekiende lichtplan (Uri Rapaport) biedt veel mogelijkheden en schept ruimte. In de achterwand zijn drie rechthoeken uitgesneden die telkens van licht veranderen en de suggestie wekken van verschillende ruimtes; het toneelbrede bureau doet dienst als werkkamer, als universiteitslokaal en als huwelijksbed.
Het begin is theatraal sterk en flitsend. Na de korte proloog, waarin Stoner als oude man terugkijkt op zijn leven, volgen de scènes elkaar in snel tempo op: het zaaien op de akkers thuis op het boerenbedrijf van zijn ouders, het ontstaan van zijn liefde voor de letteren, de ontmoeting met zijn vrouw. Vooral het middendeel is een stuk taaier: het conflict met een student dat bijna tot de verwoesting van zijn carrière lijkt, duurt relatief lang. Vijftig jaar in twee en een half uur toneel samenvatten is geen sinecure. Problematisch is af en toe de afstand die gecreëerd wordt door Stoner op de beschouwende momenten over zichzelf in de derde persoon te laten spreken. In het boek is het gegeven dat hij alles maar ondergaat zonder veel tegengas te bieden essentieel; op toneel zijn passiviteit en een introvert karakter per definitie lastige gegevens.
Reinout Bussemaker is een ideale Stoner: hij is een wat onbestemde acteur die moeiteloos de vijftig jaar die we van het leven van Stoner te zien krijgen omspant. Een tikje eloquenter en wereldser dan de Stoner uit het boek, maar mooi naturel gespeeld. Dic van Duin en Peter Bolhuis zijn geroutineerde acteurs die de diverse rollen (vader, vriend, bullebak van de universiteit) moeiteloos combineren. Trudi Klever speelt de rol van de vrouw van Stoner wat eendimensionaal, maar het is ook een weinig dankbare rol, die van een hysterische, gevoelsarme vrouw. Pas helemaal aan het eind is er een moment van liefde, wanneer ze teder het voorhoofd van haar doodzieke man afveegt. In de wereld van Stoner is dat genoeg.