"Ik sta op wacht zonder hemd zonder broek/en denk aan jou/...", scandeert Tsjeboetykin, de legerarts. Hij is een oudere, door het leven getekende man die met een mengsel van humor, een zekere spijt, een gevoel van mededogen en de nodige wodka de relationele verwikkelingen van de jongere generatie om hem heen gadeslaat. Vroeger hield hij van de moeder van de drie zusters die centraal staan in Tsjechov's beroemde toneelstuk, maar zij was al getrouwd en zijn leven is voorbij gegaan zonder veel liefde. Hij vormt als het ware een contrapunt voor de drie zusters die in de twintig zijn en nog vol verwachting van wat het leven voor hen in petto zal hebben. Ze willen weg van het geestdodende provincieplaatsje waarin ze verzeild zijn geraakt, naar Moskou, waar naar ze veronderstellen het echte leven plaatsvindt.

In een enscenering van Ivo van Hove en in een knisperverse vertaling van Judith Herzberg is Drie zusters in het Holland Festival in premiere gegaan.

Vormgever Jan Versweyveld heeft gekozen voor een vergrote speelvloer; door de eerste vier rijen uit de zaal weg te halen, wordt het podium flink uitgebreid. Verrijdbare, transparante kamerschermen zorgen voor de nodige intimiteit, zoals in de slaapkamerscène in het vierde bedrijf. Ze worden ook gebruikt om afstand te scheppen, bijvoorbeeld wanneer de familie aan tafel gaat en helemaal verdwijnt achter de schermen. Doordat de stemmen ook nog worden versterkt, ontstaat bij de toeschouwer een gevoel van vervreemding, alsof je op een verkeerd feestje bent beland. In het laatste bedrijf worden alle decorstukken weggehaald, zelfs de centraal hangende lamp wordt omhoog gehesen. In de gigantische ruimte lijken alle individuen heel nietig, waardoor de intimiteit verdwijnt.

Door de vormgevers is gekozen voor nogal tijdloos lelijk meubilair en ook de kostuums refereren niet al te duidelijk aan een bepaalde tijd of plaats.

Het is grappig hoe ze op elkaar lijken, de drie zusters. Ze vormen een droomcast, de drie actrices Lineke Rijxman (Olga, de oudste en de meest zorgelijke), Marieke Heebink (de depressieve Masja) en Halina Reijn (Irina, de jongste, die nog de meeste dromen over het leven koestert). Bij de mannen blinkt vooral Pierre Bokma uit die als Versjinin mooi het gevecht laat zien tussen idealisme en berusting. In de kleine rollen vallen Egbert van Paridon en Marjon Brandsma op, de laatste doordat ze zich de motoriek en de uitstraling van de tachtigjarige bediende die ze speelt volkomen eigen heeft gemaakt.

Toch wringt er iets in de enscenering. Bij vlagen wordt er prachtig gespeeld, maar soms lijkt de vormgeving het spel in de weg te zitten. Gedeeltelijk ligt dat aan het gebrek aan intimiteit, door de techniek die vrij veel aandacht opeist en door het gigantische speelvlak; gedeeltelijk lijkt ook het spel van sommige acteurs net iets te veel een bepaald aspect uit te vergroten. Desondanks is Drie zusters een mooie voorstelling geworden, waarin de prachtige tekst van Tsjechov - eigenlijk zo'n stuk dat alle andere stukken overbodig maakt -, recht wordt gedaan. Om het in de woorden van de dokter te zeggen: "Tararaboemdiejee, het leven valt niet mee..."