"Kom terug of ik ga dood", staat er op het briefje dat de handelaar in zijde heeft gekregen van de mysterieuze vrouw. Hij heeft haar ontmoet in Japan waar hij op zoek is naar de allerbeste zijderupsen ter wereld. Nooit zal hij een woord met haar wisselen, maar elke keer als hij haar ziet, raakt hij meer betoverd door haar schuchtere blikken en sensuele gebaren. Terug in Frankrijk bij zijn vrouw en kinderen, verlangt hij steeds weer naar het verre Japan, "stervend van heimwee naar iets wat hij nooit zal beleven".
Zijde is de titel van de nieuwe voorstelling van Porgy Franssen bij Orkater. Net als de succesproductie Novecento - pianist der oceanen, waarmee acteur Porgy Franssen twee jaar rondtourde, is Zijde gebaseerd op een tekst van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Het is opnieuw een monoloog waarin ditmaal het verhaal verteld wordt van de negentiende eeuwse zijdehandelaar die zijn hart verliest in en aan Japan. Een romantisch verhaal dat doet denken aan het werk van Slauerhoff, vol van melancholie naar een wereld die fascineert door zijn esthetiek en exotiek.
De theaterzaal is omgebouwd tot een soort tentoonstellingsruimte. Witte zijden lappen liggen gedrapeerd over allerlei objecten, die in de loop van de voorstelling een voor een tevoorschijn worden getoverd: Japanse theekopjes, bamboe kisten, een minuscuul briefje met Japanse tekens.
Het publiek zit aan drie kanten om het brede speelvlak. Daarmee heeft Porgy Franssen het zich niet eenvoudiger gemaakt; door de afstand is het lastiger om de intimiteit te bewaren die zo'n vertelling nodig heeft. Hij is gelukkig een geboren verteller die erin slaagt om gedurende de anderhalf uur die de voorstelling duurt- met nog een verrassend staartje- te blijven boeien. Af en toe betrekt hij het publiek erbij: "Voel maar, geef maar door", zegt hij. "Het is bijna alsof je niets in je handen hebt, zo zacht is zijde." Braaf voelen de toeschouwers om beurten aan het inderdaad ragfijne lapje zijde.
Geregeld schakelt de acteur van de rol van verteller naar die van een van de personages waardoor de levendigheid wordt vergroot. De subtiele muziek van componist David Dramm varieert van Puccini en Japanse klanken naar romantische pianomuziek. Door op een rode knop te drukken kan Franssen de muziek aan- en uitzetten, een grap die elke keer even de kunstmatigheid benadrukt.
Met weinig middelen roept Franssen een verhaal op dat misschien net wat minder sterk is dan dat van Novecento, maar zeker de moeite waard om gezien en gehoord te worden. Een delicate voorstelling, fijn als zijde.