Voor een 'rustige' man zou ze heel wat over hebben. Olga troost haar snikkende jongere zus: 'Liefde is niet alles. Verantwoordelijkheid en plichtsbesef, dat is pas echt belangrijk. En dat heeft een 'rustige' man.'
De drie zusters in Tsjechovs gelijknamige stuk snakken naar een ander leven. In het saaie, afgelegen en kleinburgerlijk provinciestadje gebeurt nooit wat. Als ze maar weer eens in Moskou zouden wonen, waar ze hun jeugd doorbrachten….
Het Vlaamse gezelschap De Spelerij brengt Drie Zusters in een bewerking van Peter De Graef en een regie van Paula Bangels. Op de drie zusters en een sloffende huisbediende na, zijn alle personages uit het oorspronkelijke stuk weggelaten en is ook de tekst teruggebracht tot de kern. Opmerkelijk: de drie zusters worden hier gespeeld door drie mannen. Ze zien er identiek uit, in lange witte overhemdjurken, met een losse stropdas, zwarte sokken en kousen en een soort sokophouders die de associatie met jarretels wekken. Gelukkig wordt niet geprobeerd om vrouwen na te spelen; het zijn en blijven duidelijk mannen waarbij Peter De Graef van nature al de meest vrouwelijke trekjes heeft in stem en motoriek.
Het decor is sober en abstract: een installatie van buizen die de contouren van een huis aangeven. De vier bedrijven spelen zich allemaal rond de keukentafel af: zo nu en dan klinken er geluiden vanuit een van de andere vertrekken van het huis. De huisbediende (Brigitte van Klinken) zit opzij te breien aan een inmiddels meterslange sjaal. Als intermezzo worden er af en toe liedjes gezongen: 'tararaboemdiejee het leven valt niet mee…'.
In het begin zijn de drie zussen, alle drie in de twintig, nog wel optimistisch over de toekomst, om één voor één terug te vallen in mistroostigheid en intense verveling. Het geniale van Tsjechov is de manier waarop hij die indolentie schetst: zo ongelooflijk herkenbaar en geestig. Of nu wordt gekozen voor een 'coming of age' verhaal (twintigers die volwassen moeten worden), een meer politieke visie (de opkomende middenklasse kampt eind negentiende eeuw met een nieuw probleem, dat van de verveling); een existentieel levensdrama ('We eten, drinken, slapen en sterven') of nog andere interpretaties; het is en blijft een ijzersterk stuk. In deze bewerking gaat wel iets van de subtiliteit van de personages verloren, het spel is vrij vlak. Of dat ligt aan de rigoureuze bewerking dan wel aan het feit dat de acteurs juist niet al te uitbundig 'vrouwelijk' spelen, is moeilijk te zeggen. Hoe dan ook, ook deze Drie Zusters weten te overtuigen in hun afkeer van de kleinburgerlijkheid en het provincialisme en hun steeds verder vervliegende hoop op geluk, op vervulling van hun dromen.