Zo nu en dan spoelt er een aan op het strand, een potvis. Zo'n gigantisch beest, ergens onderweg van koers geraakt en niet meer in staat de fuik van het land te vermijden.
De Potvis heet het nieuwe stuk van Frank Houtappels. Het stranden van de potvis is een aardige metafoor voor zijn personages die stuk voor stuk de koers in hun leven lijken te zijn kwijtgeraakt. Zo op het eerste gezicht is het een gewone familie, de familie Visser: een oudere vrouw met twee ruimschoots volwassen dochters.
Het stuk begint als vader net gecremeerd is, onder betreurenswaardig weinig belangstelling. Zelfs Roos, de oudste dochter, arriveert te laat uit Bangkok waar ze met haar echtgenoot is gaan wonen. Mia komt het ouderlijk huis binnen struikelen met wel tien plastic tassen, maar uitgerekend de Aldi-tas met de urn waarin vaders as wordt bewaard, is ze kwijt. Het gezeul met de resten van vader vormt een van de rode draden die behendig worden afgewikkeld in deze vlot geschreven tragikomedie.
Frank Houtappels, bekend geworden met Aan het eind van de Aspergetijd, Blind Date en Hertenkamp, heeft een goed oor voor het moderne levensgevoel en weet met aardige details de personages te typeren. Zo zegt Mia over Walter, de buurman en vertrouweling van de familie: "Hij is iemand met wie je gerust een lekke band kan krijgen." Dwars door de in eerste instantie komische dialogen heen, komt langzaam maar zeker steeds meer het gevoel van allesoverheersende eenzaamheid naar boven. Steeds wordt er een laag van de personages afgepeld, waardoor er een nieuw licht wordt geworpen op hun ogenschijnlijk tevreden kabbelend bestaan. Dat geldt alleen niet voor Walter, de buitenstaander. Hij is de bediende die er van doorgaat met een dubbele buit: hij wordt de nieuwe eigenaar van het huis van de familie en krijgt een verhouding met een van de dochters.
De parallel met De Kersentuin dringt zich op: ook daar dreigt de ondergang van de familie en ook daar is de bediende aan het eind van het stuk de eigenaar van het eens zo trotse familiebezit. Het zou niet eerlijk zijn Houtappels te vergelijken met Tsjechov; in De Potvis wordt veel overhoop gehaald, maar uiteindelijk weinig uitgewerkt. Het stuk gaat over dementie, midlifecrises, jaloezie tussen zusters, ontrouwe en zonder uitzondering horkerige echtgenoten en nog veel meer, zonder dat een van deze thema's echt wordt uitgewerkt. Diepgang ontbreekt, maar amusant is De Potvis zeker. Dat is vooral te danken aan Raymonde de Kuyper, afkomstig uit Alex d'Electrique, en in deze vrije productie verreweg het overtuigendst, naast gerenommeerde acteurs als Ingeborg Elzevier, Liz Snoijink en Theo Pont. Raymonde de Kuyper maakt met haar enorm droogkomisch talent van de altijd iedereen verzorgende Mia het meest doorleefde personage. Haar monoloog over de gruwelen van het moederschap is alleen al een bezoek aan de voorstelling waard.