Halverwege de voorstelling kijkt de acteur in verwarring rond. Is hij nu de koning? Hij heeft immers een pijp in zijn mond. Of is hij Lena, de lieftallige prinses in haar mooie witte bruidsjurk? Of toch Valerio, de vriend van de prins? Leonce en Lena is een spel met identiteiten. De twee acteurs spelen alle rollen in het - drastisch ingekorte en bewerkte - stuk van Georg Büchner waar normaal gesproken twaalf rollen voor gecast worden. Dus is de een zowel Lena als de koning (met prachtige bontmantel en quasi-pijp) als Valerio, de ander Leonce en nog een aantal andere rollen. Dat klinkt ingewikkeld, maar is dat absoluut niet, dankzij de glasheldere regie van Paul Knieriem en het voortreffelijke spel van de acteurs.

Leonce en Lena, in 1836 geschreven door de toen tweeëntwintigjarige Georg Büchner, is een satirisch en hilarisch koningsdrama. Leonce, kroonprins van Popo, is een typisch Prinsje Nooitgenoeg. Hij weet zich geen raad van verveling. "Waar de mensen allemaal niet toe in staat zijn uit louter verveling! Uit verveling gaan ze studeren, raken ze aan het bidden, uit verveling raken ze verliefd, uit verveling gaan ze trouwen en zich vermenigvuldigen, en uiteindelijk gaan ze uit verveling dood, en het leuke is, dat doen ze allemaal met het meest serieuze gezicht, zonder dat ze door hebben hoe het zit, en ze zoeken er nog van alles achter ook." Door zijn volledig van de wereld vervreemde vader wordt de prins gedwongen tot een huwelijk met prinses Lena van Pipi, die hij niet kent en ook niet wil leren kennen. Met zijn laatste restje wilskracht besluit de prins te vluchten en ontmoet bij toeval Lena, op haar beurt ook gevlucht om aan het lot van een gedwongen trouwpartij te ontkomen.Onder alle komische verwikkelingen, schuilt een diep besef van de zinloosheid der dingen. Leonce en Lena spreekt nog steeds tot de verbeelding omdat het zo'n gelaagd stuk is.Büchner schetst de heersende klasse als een stelletje nietsnutten dat volledig vervreemd is van het gewone volk en de alledaagse dingen. Het personage van Leonce doet denken aan de jonge Werther, de door Weltschmerz overmande jonge held uit het beroemde boek van Goethe dat leidde tot een zelfmoordgolf in heel Europa. En ook naar die andere beroemde prins met een identiteitscrisis, Hamlet, wordt verwezen in de uit gebakken lucht opgetrokken monologen van Leonce. In een eenvoudig decor en met fantasierijke kostuums hebben de makers geprobeerd de essentie van het stuk te doorgronden. Met behulp van een blokfluit en gitaar schetsen ze de sfeer van grenzeloze verveling van adolescenten en het eeuwige verlangen om te ontsnappen uit voorgekauwde patronen. Ze spelen met verve en lichtheid met de theaterconventies. Hun voorstelling is een proeve van bekwaamheid.