Hij komt op in een lang gewaad, op zijn hoofd een gigantisch leeuwenmasker. Een tandeloze leeuw die vooral lief en onschuldig oogt. Zij ondervraagt hem over wat hij wil zeggen: hij heeft al te lang gezwegen.
Marjolijn van Heemstra heeft furore gemaakt met een eigen vorm van documentair theater maken. Eerder maakte ze een drieluik over 'verbondenheid in een globaliserende wereld' en samen met theatermaker Sadettin Kirmiziyüz begin dit jaar Hollandse Luchten I: Jeremia, een veelgeprezen voorstelling over vrijheid van meningsuiting.
Nu staat ze op de planken met een ander actueel onderwerp: het misbruik in de katholieke kerk. Het initiatief kwam van de vijfenveertigjarige priester Remy Jacobs, die als katholiek jongetje van zijn tiende tot zijn vijftiende is misbruikt. Hij benaderde Marjolijn van Heemstra ruim een jaar geleden. Samen hebben ze gezocht naar een goede vorm om hierover een voorstelling te maken, zonder dat het een larmoyant zwart-wit verhaal werd of een oefening in wraak. Ze zijn daar wonderwel in geslaagd.
Jacobs kruipt langzaam onder zijn leeuwenmasker vandaan, Van Heemstra speelt de rol van verteller, aanjager, advocaat van de duivel en journalist, op zoek naar een antwoord op de talloze vragen die het onderwerp oproept. Niet alleen feitelijkheden, juist in het bevragen van de motieven van Jacobs om ondanks alles toch bij die katholieke kerk te willen blijven horen (al is hij geen praktiserend priester meer) heeft ze een overtuigend verhaal. Ze schakelt moeiteloos tussen spelen en vertellen, tussen haar onbegrip en woede, met een open blik.
Een groot rotsblok domineert het toneelbeeld: een plek om je achter te verstoppen maar ook een offerblok. Met simpele middelen wordt maximaal resultaat gehaald: spelletjes van vroeger doen denken aan de verhalen over de leeuw Aslan uit de beroemde kinderboekenserie van C.S. Lewis; de zoektocht naar een verzoening met het geloof roept beelden op van de mystici Johannes van het Kruis en Theresa van Avila, die lang geleden een poging deden de kerk van binnenuit te vernieuwen.
De voorstelling is subtiel opgebouwd als een mis, waarin overigens het begrip mis flink wordt uitgebaat (van misdaad naar misbruik en mislukking en nog veel meer mis-standen). Theater vervangt in zekere zin de eredienst: zowel in de vorm (we komen samen op een bepaalde plek om iets groters mee te maken, weg van onze gebruikelijke en hoogst individuele bronnen van vermaak (televisie, computer en telefoon) als in de inhoud: de opbouw naar het hoogtepunt doet denken aan de catharsis die mensen meemaken na een bijzondere theaterervaring. De manier waarop Jacobs ten slotte zijn onthutsende verhaal vertelt is bijzonder. Zonder opsmuk en zonder leeuwenkop. Ontroerend is zijn conclusie, ondanks alles: 'als ik de liefde niet heb, heb ik niets.'