"Vroeger was alles anders", mompelt de oude boer als hij thuiskomt, twee zware zakken met bollen sjouwend. "Niks is meer wat het was." De voorstelling De Bolleneters is een ode aan de tulpenbol, een liedje van verlangen en weemoed. Verlangen naar vroeger waarin alles misschien anders was, maar niet per se beter, dat blijkt wel uit de dialogen van de tulpenboer en zijn al even hoogbejaarde zus. Schrijfster Bente Jonker heeft voor haar nieuwe stuk, dat woensdagavond in première ging en dat ze ook zelf regisseerde, gekozen voor een simpele setting. Broer en zus hebben hun leven lang geleefd tussen, met en van de bollen en morgen is het afgelopen. Geen van de kinderen wil de zaak overnemen en zelf verhuizen zij naar een bejaardenhuis.

Bijzonder is de lokatie: een authentieke Haarlemse bollenschuur, waar de twee grote ramen een prachtig uitzicht bieden op de velden met bollen. In het begin zie je de spelers in hun boerenplunje aankomen op een tractor en aan het eind verdwijnen ze weer met diezelfde tractor, nu netjes aangekleed voor hun nieuwe bestaan.

De dialogen zijn sober, al wordt er heel wat overhoop gehaald in die laatste nacht. De hongerwinter, een affaire van de vrouw met een man met 'fluwelen handen', een kind dat nooit is geboren en nog veel meer klein en groot leed komt voorbij. De verwijten over en weer zijn niet mals, maar je ziet aan alles hoe gehecht de twee aan elkaar zijn geraakt. Zoals zij zijn broek opstroopt die hij in een wilde dans heeft laten zakken of zoals ze hem zijn stropdas omknoopt, het zijn momenten van grote tederheid.

De spelers zijn aan elkaar gewaagd. Pieter Tiddens speelt een knoestige oude man, aandoenlijk ondanks zijn onverzettelijkheid en Marja Kok laat mooi zien hoeveel levenslust en energie er nog huist in het kromgetrokken lichaam van de oude dame.

Fraai is ook de ode aan de tulpenbol, door de schrijfster lyrisch bezongen in alle toonaarden. De tulp vormt een metafoor voor alles wat het leven de moeite waard maakt of zoals de oude boer het formuleert: "alle vuiligheid verbleekt bij die schoonheid".