Emanuel Muris wil teveel in He, de zee!
Je zou zo kunnen denken dat het om de bewerking van een kinderboek gaat: Monki, Tonki en de stille stiekeme witte muis heten de hoofdpersonen in He, de zee!, de nieuwe voorstelling van Emanuel Muris. Net als in zijn vorige voorstellingen Krampen van een dyslecticus en Alice niet voor kinderen! spelen fantasiedieren en een kinderlijke manier van denken een wezenlijke rol. Een onzichtbare olifant, een muis die zit te breien, een papegaai en nog veel meer dieren begeleiden hoofdpersoon Monki bij zijn reis op zoek naar zijn binnenste zelf.
Het verhaal van Monki strookt niet met wat je je voorstelt bij een komedie. Monki wordt gekweld door sombere gedachten en dat heeft te maken met wat hij als jongetje mee heeft gemaakt: zijn vader is verongelukt in zee. Tonki begeleidt hem op een innerlijke reis, terug naar dat verschrikkelijke moment. Een therapeutische trip die culmineert in het moment waarop hij zichzelf terugvindt in de lijkenzak na een worsteling met de verschrikkelijke zee. De boodschap van het verhaal: blijf niet je leven lang hangen in jeugdtrauma's, anders leef je niet, dan ben je al dood tijdens je leven.
Een verhaal met een stevige moraal, al is Muris de eerste om de zwaarte van zijn eigen boodschap te ontkrachten. Met de nodige ironie wordt het hoge therapeutische gehalte gerelativeerd en en passant geeft de schrijver ook nog eens commentaar op het vak van theater maken.
In de vormgeving is een aantal mooie vondsten gedaan. Het minuscule huisje waarin Monki in het begin zit opgesloten, is een wonder van eenvoud. Zijn herinneringen vindt Monki terug in kleine, doorzichtige opblaaszakjes, die in een tas van kippengaas zitten en zijn archief is in zijn geheel door de papierversnipperaar gegaan. Enorme hoeveelheden papiersnippers vormen bij elkaar een zee, waarin Monki een heldhaftig gvecht met de elementen voert.
Theatraal is de voorstelling zeker, maar He, de zee! gaat ten onder aan een teveel aan goede bedoelingen. Muris heeft zoveel werelden bij elkaar proberen te stoppen, dat ze elkaar in de weg zijn gaan zitten. De dialogen zijn niet scherp genoeg, de personages te weinig uitgesproken, de speelstijlen te verschillend. Noch de muis (gespeeld door Muris zelf), noch Tonki (Ivar van Urk) komen tot leven, alleen Rafael Troch slaagt erin van Monki een geloofwaardig personage te maken. Waar in zijn vorige voorstellingen de naïeve speelstijl de sprookjesachtige verhalen versterkte, slaat diezelfde stijl stuk op dit serieuze verhaal dat ondanks alle luchtigheid maar niet licht wil worden.