Vorig jaar is Branden - als enige voorstelling unaniem - geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival in Amsterdam en hoofdrolspeelster Fania Sorel werd genomineerd voor de beste vrouwelijke hoofdrol. Nu is Branden terug in het theater en maar liefst vier avonden achter elkaar te zien in de Toneelschuur. Het is een indringende voorstelling waarin het persoonlijke en het politieke op bijzondere wijze zijn verbonden. Sorel speelt een fenomenale rol als Nawal Marwan, de vrouw die haar oorlogservaringen in het Midden-Oosten altijd voor haar kinderen heeft verzwegen. Tot haar dood: de executeur-testamentair vertelt haar kinderen van haar laatste wens: ze vraagt hen op zoek te gaan naar hun doodgewaande vader en broer. Nogal een schokkende ervaring voor haar zoon en dochter.Op de speelvloer liggen hier en daar een paar hoopjes wit zand. Een wit doek hangt op de voorgrond. Voor het doek staan Jeanne en Simon. Ze hebben een ingewikkelde relatie met hun moeder: de zoon, een mooie rol van Nasrdin Dchar (de winnaar van de 'fokking' Gouden Kalf) is vooral boos op haar, zeker nu zij zo'n armzalige erfenis achterlaat: een blauw jasje, een rood schrift en een onduidelijke opdracht die vooral veel vragen oproept. Zijn zusje Jeanne is minder uitgesproken haatdragend, al wordt ook zij gekweld door schuld, wroeging en verdriet. In flashbacks zien we waarom. Met tegenzin beginnen ze aan een reis die hen voert naar hun eigen wortels, naar een land in oorlog, ergens in een niet nader genoemd land in het Midden-Oosten. Heden en verleden lopen in de voorstelling door elkaar heen. Twee parallelle zoektochten worden afgewisseld: die van Nawal Marwan naar het kind dat ze heeft moeten afstaan en die van haar tweelingkinderen naar hun vader en broer. Langzaam wordt duidelijk wat er gebeurd is, waarbij geschiedenis en persoonlijke biografie op ingenieuze wijze met elkaar zijn vervlochten. Op het witte doek wordt gewerkt met schaduwbeelden die worden uitvergroot of juist verkleind zodat tegenstellingen sterker worden uitgebeeld: zo zie je een heel klein kind tegen een heel grote, boze moeder opkijken.Een bijzondere troef is de prachtige, melancholische accordeonmuziek van Oleg Fateev die alles oproept wat zo'n zoektocht naar het land van de moeder en al het verschrikkelijks -maar ook moois- dat ze onderweg tegenkomen. Ontroerend hoe belangrijk het wordt om verder te komen als je geboren wordt in een dorp waar niemand kan lezen of schrijven. De moeder wordt onderricht door een oude wijze vrouw die haar inprent: leer lezen, leer schrijven, leer rekenen! Heel mooi is de scène waarin de moederfiguur terugkeert naar haar geboorteplaats om het graf van de oude vrouw te voorzien van een naam. Het is een verhaal over liefde en niet over wraak en vergelding. Een bijzondere ervaring.