Ze ziet er onschuldig uit met haar blonde haar, de benen bloot onder een licht jurkje, mooi, slank en jeugdig. Engelachtig bijna. In Solness speelt Judith Noyons een verleidelijke jonge vrouw, Hilde Wangel, maar ook is zij af en toe een ietwat boosaardige engel. Zij gaat de confrontatie aan met de veel oudere architect, Bouwmeester Solness die gekweld wordt door zijn geweten. Rik van den Bos maakte een bewerking van Bouwmeester Solness, een van Ibsen's laatste en meest mysterieuze stukken, dat onlangs nog in de originele versie, geregisseerd door Frans Strijards, te zien was. Van den Bos laat het stuk beginnen op het moment dat Solness bijkomt na een ernstig auto-ongeluk, waarvan niet duidelijk is of het een poging tot zelfmoord was of echt een ongeluk. Ergens tussen leven en dood flitsen herinneringen en visioenen aan hem voorbij.
In zijn bewerking maakt van den Bos nog een aantal andere rigoureuze keuzes: hij beperkt het aantal personages en laat heden en verleden door elkaar lopen. Hij kiest vooral voor de tegenstelling tussen de oudere man, door het leven getekend, en de jonge vrouw, idealistisch, ongeschonden, hoopvol. Daarmee gaat hij voorbij aan een aantal andere thema's van Ibsen: schuld en boete, huwelijkstrouw (Ibsen worstelde destijds met zijn erotische gevoelens voor een veel jongere vrouw) en de kwellingen (meestal) dan wel vreugde (vooral hypothetisch) van het kunstenaarschap.
Echt helder maakt hij die keuzes niet. Het nieuwe stuk bestaat uit tien scènes die samenhang ontberen en ook te weinig spanning oproepen. In het begin wordt door het telkens wisselend perspectief de nieuwsgierigheid gewekt. Wie is die vrouw? Is zij een al dan niet kwaadaardige engel, een jeugdvriendin, een visioen? Waarom duwt ze hem steeds om en besmeurt ze hem met bloed? In een interview vertelt de schrijver dat hij voor 'snellere en minder expliciete vertelvormen' heeft gekozen en dat hij vooral een stuk met veel 'ghost' wilde maken.
Helaas is dat laatste niet goed uit de verf gekomen: gaandeweg verliest het stuk juist aan spanning vanwege de herhalingen en overlappingen. Wel geslaagd is het fraaie decor van Wikke van Houwelingen: een gedemonteerde auto waarvan de afzonderlijke onderdelen aan touwtjes in de ruimte hangen als een sculptuur van Duchamp. Mooi hoe de uitlaat (?) dienst doet als schommel voor de jonge Hilde Wangel, een van de vele verwijzingen naar het originele toneelstuk. Het spel van Paul R. Kooij en Judith Noyons is uitstekend, zij maken er alles van wat er in zit. Het ligt dan vooral ook aan de tekst dat deze voorstelling van regisseur Joost van Hezik, na zijn sterke debuut bij Toneelschuur Producties met Na het einde, minder geslaagd is.