In een caleidoscopische voorstelling maken we kennis met drie versies van Sylvana Simons: de hippe presentatrice van Sylvana's Soulshow, de ambitieuze politica die als zwarte vrouw in de Tweede Kamer voortdurend strijd moet leveren, en de oudere, wijze Sylvana.
Ze staan naast elkaar op het podium: 'Ik ben Sylvana Simons', zeggen ze om beurten, als in het aloude tv-programma Wie van de drie, waarin je moest raden wie de 'echte' hoofdpersoon was. Ze herhalen het nog eens gezamenlijk: 'Wij zijn Sylvana Simons en wij gaan Nederland een stukje beter en mooier maken.'
Wie is er bang voor Sylvana is de nieuwe voorstelling van Raymi Sambo Maakt, na voorstellingen als Ik zeg toch sorry (2022) en Anton de Kom, mijn vader (2025): confronterende en inspirerende verhalen over institutioneel racisme, ons koloniale verleden en de invloed die dat heeft op (zwarte) mensen van nu.
Het heeft iets merkwaardigs om de geschiedenis van een nog volop in de schijnwerpers staand persoon te theatraliseren. Sylvana Simons heeft een bijzondere geschiedenis: een jonge moeder, een populaire veejay, de eerste zwarte fractievoorzitter in de Tweede Kamer, oprichter van een politieke partij, aanjager van de zwartepietendiscussie en van de excuses voor het slavernijverleden en nog veel meer. De politiek heeft ze verlaten, maar ze is wel nog heel aanwezig in het politieke debat. Zoals onlangs in een uitzending van Pauw & De Wit, waar ze veel indruk maakte met haar betoog tegen femicide.
In een interview in de Volkskrant vertelt regisseur Raymi Sambo (die samen met Enver Husicic ook de tekst schreef) dat hij geen biografische voorstelling wilde maken over Simons, maar zich wilde richten op haar binnenwereld. 'Waar zit haar woede, haar angst, wat brengt haar aan het twijfelen?'
De voorstelling beschrijft dan ook niet chronologisch haar levensloop, maar laat de diverse kanten van de publieke persoon Sylvana Simons zien: haar populariteit als hippe veejay bij een muziekzender, haar politieke carrière. In een snelle afwisseling van scènes wordt constant geswitcht van de jonge Simons in haar tv-show naar de latere versie in de Tweede Kamer en van haar privéleven naar de onderonsjes met haar alter-ego's.
De rol van Simons is verdeeld over drie actrices: Marie-Claire Molly speelt de rol van de jonge Sylvana als veejay, Jilviën Oosterwolde de beginnende politica en Esther Drenthe vertolkt de oudere, wijze vrouw. Vooral Drenthe munt uit in gelaagd spel: telkens probeert ze haar jeugdigere versies, die voortdurend worden geconfronteerd met zichtbare en onderhuidse vormen van racisme, voor te houden: 'Laat ze niet in je kop kruipen!'
Door de voortdurende perspectiefwisselingen – van de ene Sylvana naar de andere en van de ene tijd in de andere – worden de diverse gevoelslagen niet echt uitgediept. Het werkt soms vervreemdend om de drie Sylvana's samen te zien: niet altijd is helder wat het belang is van de onderonsjes. Dat wordt nog versterkt doordat de schrijvers het stuk voor een deel in de toekomst plaatsen, wat voor mijn gevoel niets toevoegt.
De snelheid waarmee de scènes elkaar afwisselen, maakt de voorstelling energiek, maar zorgt er ook voor dat het allemaal nogal oppervlakkig aanvoelt. Zo wordt er een liefdesgeschiedenis doorheen geweven met ene Freek (Rafaël van der Ziel), een witte jongen wiens aanwezigheid voornamelijk nogal karikaturaal laat zien hoe eenzaam de jonge Sylvana kon zijn en hoeveel invloed haar aanwezigheid als vrouw van kleur op de buis destijds had.
Dat neemt niet weg dat er vlot en levendig wordt gespeeld door een uitstekend ensemble, waarin Drenthe de show steelt. Ze maakt subtiel contact met de zaal, is ongenaakbaar in haar rol als goeroe, weet tegelijkertijd begrip op te brengen voor haar soms vertwijfelde jongere versies, maar staat er toch boven. Intussen doet ze net zo makkelijk een uitdagend dansje voor een videoclip, met wit geschminkte mond en witte handschoenen. Sereen en sexy tegelijk.
Meer dan duidelijk wordt hoe zwaar het moet zijn (geweest) om een voorloper te zijn van de zwarte emancipatie: altijd bedreigd, in de Tweede Kamer constant aangevallen om haar 'emotionele' toon – de debatten zijn scherp en doen helaas erg actueel aan – en voortdurend op zoek naar manieren om 'ze niet in je kop te laten kruipen'.