Opeengestapelde designstoelen vormen het toneelbeeld in de nieuwe voorstelling van Dood Paard. De spelers klauteren als in een vreemd soort stoelendans van de ene stoel naar de andere, zonder de grond te raken. Zonnebrillen en eigentijdse kleding kenschetsen de acteurs als modieuze types uit het artistieke milieu. Neonbordjes aan de muur geven tijd en lokatie aan: s ochtends op een plein of 's avonds in de Campari-bar.
Blaat heet het nieuwe stuk van Oscar van Woensel dat zoals de titel al doet vermoeden, vooral over taal gaat. Het stuk speelt zich af in het jaar 2009, in een fictieve toekomst die een uitvergroting van het artistieke milieu van nu lijkt. Een wereld waarin de reclamemakers met hun marketingconcepten de kunstenaars verdreven hebben, een wereld waarin leegte en uiterlijk vertoon een hevige identiteitscrisis maskeren. In ultrakorte zinnetjes praten de steeds wisselende typetjes - een toneelcriticus, een beeldend kunstenares, een schouwburgdirecteur, een festivalorganisatrice - over van alles en vooral over niks. Wat van Woensel uithaalt met de taal is even sprankelend en geestig als irritatie-opwekkend, dat laatste vooral door het hoge gehalte aan 'fuck, kanker en kut' .Afgezien van die scheldwoordenkanonnades, is Blaat een verrassende, bijna dadaïstische potpourri van slang, internationale leenwoorden, verbasteringen en soms flauwe, soms geestige dubbelzinnigheden. Simpele woordjes, zoals 'kook', dat misschien ook wel betekent 'coke' of snel uitgesproken 'ik ook'. Aan het eind van zijn stuk laat van Woensel een toneelcriticus een lange monoloog houden, waarin hij impliciet commentaar lijkt te geven op zijn eigen stuk en de speelstijl van Dood Paard: 'En de regie geen regie en het decor geen decor/ en het spel geen spel/ Anti-toneel (..), om te eindigen met: In de krant/Besta/ Ik Besta/Denk ik.' Een variant op de beroemde uitspraak van Descartes die mooi de gevoelens van machteloosheid en twijfel aan alles weergeeft.
Blaat bestaat uit een tiental scenes, waarin vooral een paar monologen over geweld, schuld en onmacht en een korte, maar rake dialoog over de liefde blijven hangen. Het stuk wordt voorafgegaan door Bieruur, een voorafje waarin de acteurs heftig sigaretten rokend alleen maar nietszeggendheden debiteren, zoals Ja toch? en Man hou op man en Effe zitten. Bieruur is typisch een cabareteske schets, een uitvergroting van de werkelijkheid van de borrelpraat. Blaat is, ondanks de schijnbare leegte en nietszeggendheid van de tekst een stuk waarin wel degelijk wat beweerd wordt.