'We doen wat we kunnen, dat wordt ons motto.' Agnes en Tobias leiden ogenschijnlijk een vredig bestaan: de villa is royaal en comfortabel, de dochter het huis uit. Desondanks sluimert in In wankel evenwicht (1966) van Edward Albee achter elke lettergreep de onvrede en wordt in elke stilte de frustratie hoorbaar.
Net als in zijn bekendste stuk Who's Afraid of Virginia Woolf? uit 1962, wordt in In wankel evenwicht die sluimerende onvrede bestreden met talloze alcoholische versnaperingen, ligt er latent een groot drama achter het ogenschijnlijke geluk (een overleden zoontje) en stijgen in korte tijd de jarenlange, latente spanningen tot grote hoogte door de komst van een jong stel. Opeens komen hun 'beste' vrienden Harry en Edna onverwacht langs, op zoek naar hulp en bescherming, overvallen door een plotselinge, hevige angst. En dan belt ook dochter Julia, dat haar (vierde!) huwelijk is geknald en dat ze tijdelijk naar huis komt. Ten slotte is daar nog de zus van Agnes (die vroeger ook iets had met Tobias) en alcoholisme tot kunst heeft verheven.
Het 'wankele evenwicht' wordt danig op de proef gesteld in een met drank overgoten weekend. In wankel evenwicht wordt geregisseerd door Maren E. Bjørseth, een van de vaste Toneelschuur-regisseurs, en is in het kader van het vijftigjarig bestaan exclusief in Haarlem te zien als jubileumproductie.
Scenograaf Juul Dekker laat de coulissen open en de speelvloer ligt bezaaid met houtsnippers. Centraal staat een glazen kamer, een erker of serre (maar ook: een glazen kooi), met een simpel trapje naar boven. In de kamer staat alleen een klein hard bankje dat maximaal plaats biedt aan drie personen. Het enige andere meubelstuk is de drankkast met een schier onuitputtelijke hoeveelheid glazen en flessen waaruit rijkelijk wordt geschonken. En niet te vergeten de plant die door Agnes voortdurend wordt besproeid en geschikt, als een substituut voor alles wat zij de hele tijd maar moet zien te plooien en te schikken: haar eigen gevoel van tekortschieten, de woede naar haar flegmatieke echtgenoot, de ergernis over haar zus (en de vaag knagende jaloezie) en de frustratie over haar dochter die een echt 'papakind' is. En maar geen goed gesprek wil voeren met haar moeder. Malou Gorter speelt opnieuw een geweldige rol als Agnes; Tobias (Hajo Bruins) is een enorme sul die pas aan het eind uit zijn slof schiet en in een briljante, gruwelijk pijnlijke monoloog zijn onvermogen etaleert. Janneke Remmers is de heerlijk opstandige zus, die als enige de schaamte voorbij is en alles zegt en doet wat de anderen met geweld proberen te onderdrukken. De angst van de buren is een absurdistisch gegeven in een super realistisch stuk. Maar de angst voor het leven, voor ziekte en dood, voor vreemdelingen die je huis overnemen is herkenbaar genoeg. In wankel evenwicht toont een lachspiegel (ook letterlijk omdat in het glazen huis de spelers weerspiegeld worden), waarin we met enige huiver kijken. We doen wat we kunnen.