Als Edith terugloopt naar de keuken, zie je aan de manier waarop ze haar rug kromt een vrouwenleven vol frustratie en verzet weerspiegeld. Het hoofd enigszins gebogen maar met een zekere weerstand, de schouderbladen ingetrokken, maar klaar om uit te halen: uit alles spreekt een complex mengsel van ingehouden woede, onwil, verbittering en berusting. Edith (een prachtrol van Leny Breederveld) heeft haar veelbelovende carrière als fysica veertig jaar geleden aan de wilgen gehangen, om haar leven te wijden aan de zorg voor haar tirannieke echtgenoot, de architect. Eigenlijk zou de voorstelling De vrouw van de architect moeten heten: zij staat in alle opzichten centraal. Dat is dan ook het enige minuscule puntje van kritiek op deze bijzondere voorstelling waarin regisseur Jakop Ahlbom opnieuw verrast met visuele vondsten en absurde gebeurtenissen, maar bovendien blijk geeft van een haarscherp gevoel voor menselijke tekortkomingen en een trefzekere analyse van hedendaagse relaties. Twee jaar geleden maakte Ahlbom de succesvolle voorstelling Vielfalt: een eigenzinnige mix van mime, acrobatiek en illusionisme, overgoten met een surrealistisch sausje. In De Architect voegt hij er een laag aan toe. De verhaallijn en het spel doen denken aan het beste van Carver (niet toevallig heeft Leny Breederveld jarenlang deel uitgemaakt van het gezelschap): er wordt geen woord teveel gezegd, de waarnemingen zijn glashelder en het spel is subtiel. Aat Ceelen speelt de rol van de mopperende mensenhater met overtuiging en Leny Breederveld geeft alle nuances van haar personage met veel gevoel vorm. De manier waarop ze soms even haar moede hoofd op tafel vlijt en zichzelf zo zachtjes lijkt te strelen: een beeld van grote eenzaamheid. In de dialogen van Marijke Schermer wordt de vertrouwde vermoeidheid van het oudere echtpaar al even fraai geschetst als in de relatie met de nieuwe buren. Zij, jong en ambitieus, dringen ook letterlijk steeds dieper door in de huiskamer van Edith en Arthur en maken dat alles gaat kantelen. Heel spannend is de manier waarop dat verbeeld wordt. De kleine geniepigheden die mensen bedenken of soms uitvoeren als niemand het ziet, hun nachtmerries en fantasieën brengt Ahlbom tot leven. Hij overschrijdt voortdurend de grens tussen droom en werkelijkheid en als een volleerde jongleur goochelt hij met het onbewuste, de verbeelding, de waarneming en het gevoel voor realiteit. Alles klopt in De Architect: de muziek, het decor en de kostuums dragen bij aan een fascinerende voorstelling, waar je als toeschouwer voortdurend op het puntje van je stoel naar zit te kijken.