'Orewoet' noemt de middeleeuwse dichteres Hadewijch het gevoel. Het staat voor 'brandende begeerte', 'hartstochtelijke liefdesbrand' of misschien wel vooral de 'weevolle drang naar de Minne' oftewel het heimwee-achtig verlangen naar de liefde in al haar aspecten.

In haar nieuwe theatervoorstelling Minis Plus staat het begrip 'orewoet' centraal. Hadewych Minis is een alleskunner: ze won twee Gouden Kalveren, speelde jarenlang bij Toneelgroep Amsterdam, ze was Rachel Hazes in de musical Hij Gelooft In Mij, en nog veel meer. Ze speelt basgitaar en ze zingt geweldig. En ze barst van de orewoet. In Minis Plus brengt ze nu al haar kwaliteiten samen in deze ode aan de vrouw, en dan met name aan de strijdbare vrouw want strijdbaar is Hadewijch, van top tot teen. Stoer en strijdbaar.

Ze zingt powersongs, van Peggy Lee's I'm a woman tot liederen van de maatschappelijk bewogen Argentijnse zangeres Mercedes Sosa, gevoelige ballads met eigen teksten en wisselt dat af met anekdotes. Over haar moeder die haar de naam Hadewijch gaf uit bewondering voor de dichteres, en in de hoop dat haar dochter haar naam waar zou maken: 'Hade' betekent namelijk strijdster en 'wijch' kan vrouw betekenen maar ook strijdster. Dubbel strijdbaar dus.

Ze vertelt over haar jeugd in Maastricht en (vooral) over haar kinderen; ze laat de #MeToo-toespraak van Oprah Winfrey horen, ze danst en swingt over het podium als een volleerd theaterdier. Op de achtergrond begeleidt Rombout Stoffers haar muzikaal en vocaal. Theaterregisseur Nina Spijkers heeft gezorgd voor een strakke regie waarin een mooie balans zit tussen dynamiek en lyriek.

Het decorontwerp van Ruben Wijnstok is simpel maar krachtig: een cirkel met daarbinnen een kruis dat tal van mogelijkheden biedt om erin te liggen, te hangen of te staan. Als de cirkel wordt opgetrokken, ontstaat er een vrouwenteken.

De teksten zijn van Hadewijch zelf en vaak erg geestig, vooral als ze heerlijk kan uitpakken over 'flierefluiten'. Er zitten ook wat zwakkere stukken in bijvoorbeeld als het te lang over het luizen- en netenprobleem op de school van haar kinderen gaat. Ze had wat mij betreft meer uit mogen wijden over haar belangrijkste thema: hoe ze haar strijdbaarheid weet te combineren met vrouwelijkheid. In een vloek en een zucht vertelt ze over haar ontwikkeling van sensueel en vrij kind, tot puber die zich sterk bewust wordt van (het effect van) haar seksualiteit en de reactie om zich zo jongensachtig mogelijk te kleden en te gedragen, waarna ze op de Toneelschool haar vrouwelijkheid herontdekt en sinds ze moeder is geworden vooral haar zachte kanten.

Hadewijch is een supervrouw en een rasperformer, dat lijdt geen twijfel. Met stoere zang en dans schetst ze een beeld van een strijdbare, geëmancipeerde vrouw, barstensvol orewoet.