'Tararaboemdiejee. Het leven valt niet mee...'. De dokter is een van de weinige personages in De Meeuw die enigszins laconiek naar het leven kan kijken, een evenwichtige en nuchtere pragmatist. Al hummend en neuriënd is hij de steun en toeverlaat voor de anderen die zich om beurten snikkend in zijn armen werpen. Als het stuk begint, zit het voltallige gezelschap te praten, te drinken en te lachen aan de grote tafel. Op de achtergrond domineert een kamerbreed schilderij dat de groene omgeving van het buitenverblijf en de blauwe lucht van een mooie zomeravond verbeeldt. Tsjechovs De Meeuw is een bijzondere productie, uitgebracht door vrije producent Hummelinck Stuurman als eerste deel van een trilogie (De Meeuw, Oom Wanja en De Kersentuin), waaraan een vast artistiek team is verbonden. Gerardjan Rijnders regisseert een topcast, waaronder Saskia Temmink (Oud Geld, De vloer op, Toneelgroep Amsterdam), Cees Geel (Simon, Vet Hard), Titus Muizelaar (Discordia, Toneelgroep Amsterdam) en de jonge David Lucieer en Eline ten Camp. Bij de première in Delamar was het niveau nog wat wisselend. Waar Saskia Temmink met superieur spel de show stal als de egocentrische actrice en Titus Muizelaar met vanzelfsprekend gemak de rol van de dokter speelde, was het spel van David Lucieer (Kostja) en Eline ten Camp (Nina) vooral in de beginscènes nog wat houterig en gekunsteld. Aan talent ontbreekt het geen van beiden zodat het waarschijnlijk een kwestie van inspelen is voor ook zij volledig overtuigen.Ook in de enscenering is het nog zoeken naar een balans tussen de speelstijlen; waarschijnlijk door de diversiteit in de achtergronden van de acteurs is het nog geen hecht samenspelend ensemble. Een aantal acteurs speelt bijvoorbeeld heel naturel, maar met name Marisa van Eyle -overigens in een prachtige rol als de wegkwijnende echtgenote van de rentmeester- en Paul R. Kooy -die wat al teveel doet denken aan zijn glansrol als de Boze Buurman in Ja Zuster Nee Zuster- hanteren een groteske speelstijl.Afgezien daarvan is De Meeuw een geslaagde voorstelling. Het is altijd weer een genot om te zien hoe knap Tsjechov de tragiek van het leven verbindt met de lichte kanten van het bestaan. De liefde geeft net als de kunst voortdurend aanleiding tot misverstanden: vrijwel iedereen is verliefd, maar zelden is het wederzijds. Iedereen smacht naar de verkeerde partner of legt zich uiteindelijk neer bij een ongelukkig huwelijk. Centraal in deze enscenering staat de teloorgang van de idealen van de jonge generatie en de hoop op verlossing uit het grauwe bestaan. Dat is voor weinig mensen weggelegd. De dokter ziet het allemaal aan en neuriet zachtjes verder.