In een danslokaal komen mensen om de harde realiteit te vergeten, om weg te dromen op muziek, al dan niet in de armen van de eigen partner of juist die van een ander. In Le Bal neemt theatermaker Jakop Ahlbom het publiek mee op een reis langs zo'n danslokaal. De voorstelling is geïnspireerd door de beroemde film Le Bal (1983) van Ettore Scola, die de geschiedenis schetst van een danszaal in Parijs.
Ahlbom begint zijn voorstelling aan de vooravond van de 'roaring twenties' en schetst de loop van honderd jaar, van 1918 tot nu toe. Een ambitieus project, maar een kolfje naar de hand van Ahlbom die internationaal furore heeft gemaakt met een heel eigen mix van mime, dans, acrobatiek, slapstick, live muziek, special effects, absurdisme en vervreemdende, poëtische elementen.
Het begint veelbelovend. We zien een lege dansvloer, met aan de linkerkant een podium waar al snel de band begint te spelen en rechts een bar. Het vrouwenkiesrecht wordt ingevoerd en Josephine Baker danst vrijwel naakt in Parijs en Berlijn. Via de Lindy Hop komen we terecht in de crisis van de jaren dertig en ja hoor, daar komen de Duitse officieren al iemand met een ster afvoeren. Na de oorlog verovert Elvis Presley met Blue Suede Shoes en rock'n roll de danszalen en zien we hoe een zwarte vrouw geweerd wordt uit de bar. Zo holt het door de geschiedenis heen, van psychedelische rock naar de ruimtevaartrace en van de disco naar de technomuziek.
In het programmaboek legt Ahlbom uit dat er uiteraard geen recht wordt gedaan aan de complexe geschiedenis, maar dat hij vooral 'theatrale keuzes' gemaakt heeft. Het probleem is dat er juist te weinig gekozen is. Le Bal is één aaneenschakeling van mooie plaatjes, waarin af en toe een anekdote te ontdekken valt maar zonder dramatische lijn, zonder dat we mee worden genomen op reis aan de hand van een of meer hoofdpersonen, zonder dat er een idee of een thema duidelijk wordt.
Het is een avond variété, en, laat daar geen misverstand over bestaan, een mooie avond variété. Er wordt geweldig muziek gemaakt door Alamo Race Track die de wereldhits van de afgelopen pakweg honderd jaar laat klinken, van Kurt Weill tot Jefferson Airplane en van de Andrew Sisters tot Satie; er wordt spectaculair gedanst door de performers en de kostuums zijn even extravagant als betoverend. Maar het is een plaatjesalbum, prachtig uitgevoerd, maar – op een enkel absurdistisch element na – zonder de verrassende en vervreemdende elementen die Ahlboms werk juist zo sterk maken. De conclusies luiden: in alle tijden kleden mensen zich uniform, of het nu is als rock'n roller, hippie, punker of housefanaat; in elke danszaal zien we 'boy meets girl'; en in de loop van de tijd wordt het dansen steeds eenzelviger, minder gericht op de ander. Dat is een wat magere oogst.
Aan het slot zien we midden in de danszaal twee vluchtelingen staan, armoedig gekleed. Maar vluchtelingenleed is (helaas) van alle tijden.