Stand-up filosopher noemt ze zichzelf en dat is wel een mooie omschrijving van wat zij doet in het theater. Analoog aan de stand-up comedian staat ze in haar eentje op het toneel en praat over de wereld om ons heen. Anders dan bij de gemiddelde stand-upcomedian reageert ze niet zozeer op de actualiteit maar juist op de grote thema's van het leven en richt zij zich niet exclusief op de lach. Integendeel: eigenlijk wil ze met haar voorstellingen de wereld verbeteren. Gelukkig steekt ze overal de draak mee en valt er zodoende toch weer heel wat te lachen. In haar trilogie Lieg ik soms ? (2006), Walden Revisited (2007) en Laatste Nachtmerrie (2007) trad zij in dialoog met een aantal grote denkers, in voorstellingen die desondanks prettig luchtig waren. In 2007 kreeg ze de Charlotte Köhler Prijs, de BNG Prijs voor Nieuwe Theatermakers en in 2008 ook de Eric Vos Prijs. Het Nationale Toneel vroeg haar als jong en getalenteerd theatermaker een voorstelling te komen maken en het resultaat is Iemand moet het doen. Waarin ze verslag doet van haar ervaringen bij het Nationale Toneel, 'het establishment' zoals ze het zelf noemt. Eigenlijk wilde ze helemaal geen succesvolle voorstelling maken, ze wilde op reis. Dat mocht van het Nationale Toneel. Ze ging tien dagen zwijgen in een boeddhistisch klooster in Thailand, bezocht een kluizenaar op een Spaans eiland, ontmoette Palestijnen in Jeruzalem en deed in Groningen een cursus 'hoe zet je woede om in liefde?'. Uiteindelijk werd het verslag van die reizen toch een voorstelling waarin ze verslag doet van haar angsten, haar hoop en haar frustraties. Onopgesmukt, in een simpele trui en broek, met niet meer dan een keukenstoel, wat papier en een flesje water. Ze schakelt moeiteloos heen en weer van de kluizenaar in Spanje (die vooral in neuken geïnteresseerd bleek) naar de realiteit van alledag. Tijdens de workshop 'woede omzetten in liefde' stuurt ze Wilders zoveel liefde dat het een spirituele politieke aanslag mag heten. Het meeste indruk maakte het zwijgen in Thailand op haar: tien dagen niet praten temidden van boeddhisten. Ze kan geen woorden vinden om te benoemen wat er daar met haar is gebeurd. Alhoewel, mooi meegenomen: sindsdien is ze gestopt met roken, koffie drinken en vlees eten. Haarfijn analyseert ze de leugens van de reclameslogans die ons omringen: Diesel, only for the Brave. "Wat nou, een dure broek aantrekken dapper? Mijn opa, die was pas echt dapper." Zelf is zij ook dapper, omdat ze in haar eentje op het toneel staat en zonder gêne haar gevoelens en gedachten met ons deelt. Herkenbaar in haar idealisme, maar ook in de tegenstrijdigheden. En zoals ze zelf heeft geconcludeerd: Iemand moet het doen.