Als in een kooi zit de moeder gevangen in haar woonkamer, een protserige etalage vol verval: verschoten kleuren, droogboeketten en herinneringen aan weleer. Zelf zit ze als een koningin in haar fauteuil, van top tot teen gehuld in een bontjas, met op haar hoofd een zwarte tulen hoed met veren.

Er zijn! is het enige stuk in het oeuvre van Thomas Bernhard, waarin een vrouwelijk hoofdpersonage ten tonele wordt gevoerd. Een wezenlijk verschil met al die mopperende en kankerende mannen (zoals bijvoorbeeld de professor in De Wereldverbeteraar of de twee broers in Schijn bedriegt) lijkt er niet te zijn. Net als zij is de moeder vrijwel aan een stuk door aan het woord, in lange monologen die even verstikkend als humoristisch werken door de eindeloze herhalingen en innerlijke tegenspraken. "Ge gaat mij niet verlaten", zegt de moeder tegen haar dochter, inmiddels al een eind in de dertig, "als ge weggaat gaat ge dood. Maar ge zijt volkomen vrij natuurlijk(...)" Letterlijk in een adem wordt de dochter eerst aan alle kanten vastgebonden en vervolgens vrijgelaten, als een vogel zonder vleugels.

Het stuk begint wanneer moeder en dochter op het punt staan hun jaarlijkse vakantiereisje naar Knokke te aanvaarden. Al 33 jaar gaan zij elk jaar op diezelfde dag naar hun villa in Knokke, maar dit keer heeft de moeder een gast uitgenodigd, de schrijver van een succesvol toneelstuk. Zijn aanwezigheid werkt als een katalysator op de de verstikkende verhouding tussen moeder en dochter.

In zijn regie heeft Sam Bogaerts gekozen voor een sobere enscenering, met licht vervreemdende effecten. Vooral de kostumering is opvallend: naast de koninklijk uitgedoste moeder ziet de dochter er uit als een tienermeisje, met haar rode, Madonna-achtige bustier boven rode tulen rok en hooggehakte pumps. Met haar rattenkopje en haar puberige motoriek -opgetrokken schouders, gebalde vuisten, ontwijkende blik- doet zij eerder denken aan een vijftienjarige die haar protest vooral in haar kleding en haar houding stopt dan aan een vrouw van in de dertig. Zij rolt met haar ogen, smeert haar gezicht in met dikke klodders witte zalf, stopt een sinaasappel tussen haar benen om die een tijdje later onder hevig gekreun quasi te baren'. Uit haar houding blijkt evenveel onwil en verzet als berusting in het gedrag van die vreselijke moeder.

De schrijver ten slotte heeft de meest bijzondere kostumering: geheel naakt, met vleugeltjes. De mise en scene is strak: de moeder zit drie uur, vrijwel zonder te bewegen, in haar zetel, de dochter loopt af en toe naar haar toe, maar blijft steeds aan de rand van haar moeder's territorium, ze gaat er niet echt naar binnen. Elke beweging heeft betekenis.

De verveling, het verdriet om de absolute zinloosheid en de toch ook weer onder alle opgekropte haat liggende verwoestende energie en hoop op verandering, tegen beter weten in- de grote thema's van Thomas Bernhard - vormen in Er zijn! de onderliggende laag van het stuk, met de intrigerende moeder-dochter-verhouding als rode draad. De piepjonge actrice Carina van der Sande zet de lastige rol van de bejaarde moeder sterk neer: drie uur lang is ze vrijwel onafgebroken aan het woord, met alleen haar stem en haar handen als wapens. De manipulatieve kracht van Bernhard's taal komt in deze voorstelling tot zijn volle recht.