"Het is een lang verhaal", waarschuwt de centrale figuur, de schrijver Gregor, al in zijn openingsmonoloog. En inderdaad, wat hij en de andere personages te vertellen hebben, is zelden beknopt of kernachtig. De schrijver Peter Handke gebruikt een overdaad aan woorden in dit stuk, het slot van de cyclus Langzame terugkeer, door hem betiteld als een dramatisch gedicht'. De verhaallijn is flinterdun, maar wordt verteld in uitvoerige, monumentale monologen, in een stijl die plechtig is en verheven. Slechts zelden vallen twee personages elkaar in de rede, van dialoog is nauwelijks sprake.
Regisseur Lucas Vandervost staat bekend om de soberheid waarmee hij literaire giganten (zoals enkele jaren geleden Musils De Fantasten) te lijf gaat. Hij wil de poëzie van de tekst zo goed mogelijk tot zijn recht laten komen. In het geval van Over de dorpen leidt dat tot een uitermate statische voorstelling, waarin van de toeschouwer nogal wat inlevingsvermogen wordt vereist. De eerste anderhalf uur van de voorstelling staan de personages in een lege ruimte waarin een lapje groen tapijt de natuur symboliseert en de kale planken daarachter vermoedelijk de harde realiteit van fabriek en industrie. Na de pauze valt er visueel meer te beleven: het decor is omgetoverd tot een sfeervol en troostrijk toneelbeeld waarin tientallen kaarsen een warm licht verspreiden, zwart-wit portretten, verspreid uitgestald op een enorme tafel het verleden tot leven roepen en de koorzang op de achtergrond de associaties met een kerk nog versterkt.
Over de dorpen vertelt het verhaal van de schrijver Gregor die na de dood van zijn ouders terugkeert naar het huis waar hij is opgegroeid, om er met zijn broer en zuster de erfenis te bespreken. Het gaat in de lange monologen niet zozeer om de strijd over materiële zaken, maar om wrok over het verleden, om de verschillen tussen hen onderling en om wat hen eventueel nog bindt. Gregor wordt begeleid door een engel, een mooie rol van Tom van Dyck die met zijn onschuldige (of is het een onnozele?) blik waarlijk uitstijgt boven het aards gekrioel. Hij spreekt verzoenende woorden en predikt de paradox als oplossing voor het leed op aarde: alleen degene die de eenzaamheid omhelst, zal zich minder verlaten voelen. Vooral in de slotscène (de vleugels heeft hij inmiddels omgeruild voor een regenjas met rugzakje) blinkt hij uit. Uitgedost met een rode fez, als een reïncarnatie van de komiek Tommy Cooper, stapt hij op een keukentrapje en probeert walnoten te gooien in een emmer die Gregor steeds verder wegzet. Intussen spreekt hij het publiek vermanend toe dat ze op moeten houden met dat gepieker en getob over 'zijn of niet-zijn'. Hij gooit vaak raak en het is na ruim drie uur ingespannen luisteren een prettig relativerend moment.
Over de dorpen is een mooie, mijmerende tekst die enorm veel aandacht en concentratie vraagt. Heeft u die in ruime mate voorhanden, dan is de voorstelling (op vrijdag-of zaterdagavond voor Pasen) een prachtig alternatief voor de Mattheus Passion.