"Maar Marit. Luister nou. Als ik een nier nodig had zou je me toch ook helpen?" Marit wordt veertig en voor haar verjaardag heeft broer Bob haar uitgenodigd voor een weekendje Texel, gezellig met z'n tweeën. Dat blijkt niet geheel zonder bijbedoelingen. Hij vraagt haar draagmoeder te worden voor het kind dat hij en zijn vriend Juan zo graag zouden willen opvoeden.Aaf Brandt Corstius laat haar personages graag worstelen met eigentijdse dilemma's. Buik vormt het derde deel van een drieluik over man-vrouwrelaties,dat ze speciaal voor Marcel Musters en Lies Visschedijk schreef. InFifty Fifty speelden ze een stel in huwelijkscrisis; in Een Flinke Linkse Vrouwging het omeen lepe verkoper van de daklozenkrant en een goedbedoelende alleenstaande vrouw, en ditmaal zijn het broer en zus. De familiebanden worden behoorlijk opgerekt in een heerlijke comedy, met fijn vileine dialogen en geestige uithalen. Knap hoe Brandt Corstius erin slaagt om actuele en serieuze thema's aan de orde te stellen in een voorstelling van een goed uur, waar je tegelijkertijd (en vooral) heel erg om moet lachen. Je leert ze goed kennen, Bob en Marit. Hij, een zorgzame homo, die meteen aan het redderen slaat in het vakantiehuisje en elke dag naar zijn oude moedertje gaat om haar lepeltjes appelmoes te voeren; zij veertig geworden, type no-nonsense, lekker chaotisch en druk. Aan haar 'miezerige verkering' is net een einde gekomen en de verhouding met haar zieke moeder is moeizaam. Ze woont ver weg, ze heeft het druk, maar vooral: ze vindt het moeilijk om mee om te gaan, dat leven van iemand die nauwelijks meer kan eten en de hele dag pijn heeft. "Wat is dat voor een kwaliteit van leven?" Op haar broers verzoek om draagmoeder te worden, reageert ze schamper: "Ik wil helemaal geen kind." Zo komen leven en dood, zin en zinloosheid – het mogelijk nieuwe leven van een kind en het rekken van het leven van een terminaal zieke – tegenover elkaar te staan.Het eenvoudige decor (X+L ) bestaat uit een stapelbed en een paar enorme zitzakken waarop ze geregeld lekker nonchalant neerploffen. De acteurs lijken inmiddels echt familie van elkaar, zo goed zijn ze op elkaar ingespeeld. Heerlijk hoe ze, tussen bastognekoeken met warme chocomel en lasagne uit de magnetron door, achtereenvolgens grapjes maken, elkaars motieven ter discussie stellen, hele valse opmerkingen maken, enorme ruzie krijgen en, zoals alleen mensen die elkaar al heel lang kennen dat kunnen, het weer goed maken. Ze hebben aan één woord genoeg.