'Ons huwelijk is niets meer dan een mislukte scheiding'. Misschien is dat wel een definitie van ware liefde, van de cynische kant bekeken dan. Een typische veertigers-opmerking. In elk geval geldt dat voor het stel dat in Decemberhonger de hoofdrol speelt, Steven van Watermeulen en Sara de Roo. Tien jaar geleden maakten ze Lucia smelt, naar een tekst van Oscar van den Boogaard. Daarin ging het om de (ex-)relatie van een stel dertigers dat door jaloezie uit elkaar was gedreven. In Decemberhonger zijn ze tien jaar ouder geworden. Ze zijn weer bij elkaar en hebben besloten dat liefde vrij moet zijn.

Oscar van den Boogaard heeft beide stukken op het lijf van de acteurs geschreven. Steven Van Watermeulen en Sara De Roo kennen elkaar van het Conservatorium van Antwerpen waar ze in 1991 afstudeerden. Ze hebben beide ruimschoots hun sporen verdiend in het theater, Sara bij theatercollectief Stan, Steven in de grote zaal.

In Decemberhonger wordt hun liaison op de proef gesteld door de komst van een jonge, veelbelovende actrice, Maya Sannen. Met haar jeugdige zinnelijkheid werkt ze als een splijtzwam tussen de twee geliefden. Elkaar vrij willen laten is in theorie makkelijker dan in de praktijk.

Het stuk van van den Boogaard bestaat uit flarden gesprekken en meningen, zonder dat er een duidelijke dramatische boog aan ten grondslag ligt. Het gaat in de gesprekken over liefde en seks, maar ook over de tegenstelling tussen jong en oud. Het stuk staat bol van toespelingen op bestaande personages in de toneelwereld (zoals de 'moeder van de Vlaamse golf', Dora van der Groen) en variaties op de typische veertigersthematiek: de opdoemende midlifecrisis en relationele vraagstukken. Als rode draad fungeert het contrast tussen het jeugdig elan van Maya tegenover het gerijpte en doorleefde spel van de twee anderen.

De voorstelling wordt gespeeld op het toneel van de grote zaal waar aan de zijkanten publieke tribunes staan opgesteld. Dat maakt dat de toeschouwers bovenop de scène zitten, terwijl het speelvlak extreem breed is en de spelers ook vaak tegenover elkaar staan. Bijna als bij een tennismatch kijk je van links naar rechts en weer terug. Dat komt de betrokkenheid niet ten goede, de afstand tussen de spelers is te groot. Hoewel er af en toe zeker wat te lachen valt, er bij vlagen aardige statements klinken en de acteurs als altijd een plezier zijn om naar te kijken, wil het allemaal maar niet beklijven. Het zijn anekdotes, vrijblijvende gesprekken die alle kanten uit fladderen. Het speelvlak bestaat aanvankelijk uit kartonnen platen, waaronder zich een vloer met getekende meubels en keukenspullen bevindt, een verwijzing naar Lucia smelt. Uiteindelijk krijgt het huis vorm, al is het dan met bordkartonnen meubels.