Kaal, mager en breekbaar oogt Renée Soutendijk in Als de dood.... Vanaf het begin is de plot duidelijk: "Volgens mij ga ik aan het eind dood. Ik heb nog iets minder dan twee uur te leven." Soutendijk speelt de rol van Vivian Bearing, een vrouw die lijdt aan een zeer agressieve vorm van eierstokkanker. "Ik zit in stadium vier. Stadium vijf bestaat niet."
Geen voorstelling waar een groot publiek op voorhand voor warm loopt, zou je denken, een stuk over een vrouw met terminale kanker. Toch is Als de dood... een absolute aanrader. Wit, zoals de oorspronkelijke titel luidt, is gebaseerd op het gelijknamige, met een Pulitzerprijs bekroonde toneelstuk van Margaret Edson uit 1999. Het is een goed geschreven stuk, kritisch naar de medische wereld maar ook geestig en heel herkenbaar. En dat ondanks het feit dat het personage van Vivian Bearing niet al te sympathiek wordt voorgesteld. Zij is professor in de 17e eeuwse poëzie en gespecialiseerd in het werk van de dichter John Donne. Ze leeft voor haar werk ze heeft geen man, geen kinderen en geen vrienden: een echte Einzelgänger. Renée Soutendijk speelt de rol van Vivan Bearing prachtig. Ze stelt zich heel kwetsbaar op, vaak frontaal op de zaal spelend, in haar lichtblauwe operatiehemd en met haar kale koppie ontdaan van elke franje.
Het stuk schakelt soepel heen en weer tussen de ziekenhuiswereld en fragmenten uit het verleden, in een regie van Peter de Baan (bekend van De vloer op). Door gordijnen te openen en weer te sluiten wordt telkens een andere werkelijkheid verbeeld. De meeste scènes spelen zich op de voorgrond af in het ziekenhuis: de praktijk van alledag, de chemokuur, de onderzoeken, de bezoekjes van de oncoloog en de stagiaires en gelukkig ook die ene lieve zuster die haar middenin de nacht een ijsje brengt als ze niet kan slapen van de pijn. Op de achtergrond worden flarden uit haar verleden getoond: een scène met haar vader als ze leert lezen, het begin van haar fascinatie voor letters en woorden die zo belangrijk voor haar zouden worden, gesprekken met haar studenten, die ze vaak liet zweten en ploeteren. Niet bepaald een aardige docent. De poëzie van John Donne speelt een belangrijke rol in haar leven en in het stuk. Poëzie en medische wetenschap lijken tegenstrijdige werelden, al worden er verrassende verbanden gelegd. Soms is de parallel iets te nadrukkelijk aanwezig. Eigenlijk is het fanatisme waarmee zij zich stort op de analyse van een sonnet van John Donne te vergelijken met dat van de arts-onderzoeker die haar niet als mens ziet, maar uitsluitend als interessant onderzoeksobject. Het bijzondere van de voorstelling is toch vooral het hartverscheurend mooie acteren van Renée Soutendijk, dat nergens sentimenteel wordt.