De ene na de andere wodka giet de meester-kunstenaar naar binnen. Het gesprek gaat over kunst, liefde, religie, schoonheid en de dood. Mooie woorden worden gesproken, terwijl de kunstenaar steeds dronkener wordt en af en toe schallend zijn instemming betuigt met de spreker. Aan de zijkant staat Goldmund te dansen, zijn houding een en al afwerendheid.
Het is een meesterlijk gespeelde scène -overtuigend dronken worden en tegelijkertijd overeind blijven als personage is razend moeilijk-, waarin de grote thema's van het leven worden aangeraakt zonder zwaar te drukken.
De aanpak is exemplarisch voor wat Erik Whien kennelijk heeft beoogd met zijn regie van Narziss&Goldmund: een lichte en vrolijke enscenering is het geworden van een verhaal dat ergens over gaat.
Het stuk is gebaseerd op de gelijknamige roman van Herman Hesse, die eind jaren zestig zeer populair was met enigszins zweverige romans als Siddharta en De Steppenwolf. Het boek is bewerkt door Tom Blokdijk die er een actuele, levendige en toegankelijke toneeltekst van maakte.
Centraal staan de twee tegenpolen Narziss & Goldmund: de eerste asceet en geleerde, de ander een kunstenaar met een grenzeloze fantasie. Zij worden vrienden op de kloosterschool, maar Goldmund houdt het niet lang vol in zo'n stoffige omgeving. Hij gaat op reis en beleeft de nodige avonturen op zoek naar de zin van zijn bestaan.
In zijn regie kiest Whien er nadrukkelijk voor om het verhaal los te trekken van het realisme: de twee hoofdrollen worden gespeeld door alle drie de acteurs. In het begin worden de personages voorgesteld, waarna zij met veel gemak in en uit hun rol stappen; soms fungeren zij als verteller en gaan daarna soepel door in de ik-vorm of wijzen een van de anderen aan. Dat leidt tot komische scènes als er soms tegenstribbelend wordt gereageerd: nee, hij wil niet de mooie geliefde zijn die teder haar lippen op de zijne zet.
Het grote voordeel van deze aanpak is dat heel duidelijk wordt dat wij allemaal zowel Narziss als Goldmund zijn. Ieders leven wordt in meer of mindere mate beheerst door de tegenstellingen tussen lichaam en geest, zinnelijkheid en onthouding, eros en logos. De drie acteurs zijn uitstekend op elkaar ingespeeld; hun timing- belangrijk omdat ze zoveel van elkaar overnemen, op elkaar reageren en soms als het ware met één stem spreken-, is perfect. Kleine grapjes, zoals de muziek die klinkt wanneer er water wordt ingeschonken, zorgen voor de nodige lucht in de voorstelling.