"Ik heb een hekel aan een monoloog op toneel. Er moeten veel tegenspelers zijn", zegt de verteller al in het begin van de voorstelling. Om vervolgens los te barsten in een lange monoloog die maar af en toe wordt doorbroken door een van de vele personages die La Superba bevolken. Gelukkig is de ik-figuur en verteller in de voorstelling de Vlaamse acteur Wim Opbrouck die zowel in statuur (stevige omvang, woest haar) als in uitstraling (die van een geweldenaar) aan de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer doet denken. En is het helemaal geen straf om hem zo'n dragende rol te zien spelen, integendeel.
La Superba won in 2014 de Libris Literatuurprijs. Het is al de tweede Pfeiffer-bewerking dit seizoen bij Toneelgroep Maastricht; eerder maakte het gezelschap een mooie theaterversie van zijn Brieven uit Genua. Tekstbewerker Jibbe Willems blijft dichtbij de rijke taal van de roman in een sfeervolle bewerking met zuidelijk temperament, inclusief zwoele Italiaanse popmuziek.
Opbrouck spreekt, net als de schrijver in het boek, rechtstreeks tot het publiek over zijn fantasieën en over de botsing daarvan met de vaak zo lelijk tegenvallende werkelijkheid. La Superba is zowel een verhaal over liefde – inclusief een affaire met een been, een gepassioneerde verliefdheid op het mooiste meisje van Genua en flirtages met oudere, dan wel rijke dames (die overigens niet helemaal door de vrouwvriendelijkheidspolitie kunnen worden goedgekeurd) – als over de stad Genua waar de schrijver woont en werkt, en daarmee ook over de Italiaanse cultuur. Over de corruptie in Italië, in een van de meest hilarische scènes van de voorstelling met een uitstekende Joke Emmers die in haar eentje het hele ondoorgrondelijke ambtenarenapparaat vertegenwoordigt.
Het gaat ook over de schrijnende tegenstelling tussen de schrijver als succesvolle emigrant die geniet van zijn dagelijkse culinaire en alcoholische geneugten op de terrassen en in de bars van Genua, tegenover het lot van de kansloze sloebers die Genua ook bevolken: bootvluchtelingen, bedelaars. Het verhaal van de zwarte emigrant die geen schijn van kans heeft om in deze samenleving een eerlijke kans te maken, maar ook niet terug kan. Niet alle thema's komen even goed uit de verf, maar de voorstelling is swingend, dankzij de stevige beat van Ron Reuman en zijn band, en visueel aantrekkelijk door de mooie nachtelijk stad- en havenbeelden van fotograaf Stephan Vanfleteren. Angela Schijf vertegenwoordigt de vrouwelijke schoonheid (inclusief, voor wie zich dat afvraagt, die van het geamputeerde been) en dat doet ze adequaat. Er zijn nog veel meer kleurrijke types die de stad bevolken en af en toe ergens opduiken, maar de voorstelling is toch vooral een – nooit vervelende – monoloog van geweldenaar Wim Opbrouck.