De duivel ziet er elegant uit met puntige hoorntjes boven een roodfluwelen pak, het sigarettenpijpje nonchalant tussen de lippen geklemd. De duivel komt langs op het juiste moment, vlak voor het schip van de vliegende Hollander met man en muis dreigt te vergaan en fluistert de kapitein wat in de oren. Redding belooft hij, maar tegen een hoge prijs: voor eeuwig zal de kapitein en zijn bemanning gedoemd zijn te zwerven op zee. Eens in de zeven jaar mag hij zijn eindeloze reis een paar uur onderbreken om op zoek te gaan naar een vrouw die hem trouw blijft tot in de dood.

Het verhaal van de Vliegende Hollander is door schrijver Jan Veldman flink bewerkt. Hij zet het klassieke thema van de dolende schipper in het hedendaags decor van een badplaats. Een ambitieuze hoteleigenaar probeert er met behulp van een doorgedraaide, postmoderne architect een gigantisch project te verwezenlijken. Als de fundamenten van het hotel dat hij aan het bouwen is echter rot blijken, verdoezelen ze de gebreken. Met fatale gevolgen.

Beide verhaallijnen komen samen in de persoon van Senta, de dochter van de rijke hoteleigenaar en de vrouw die trouw belooft, letterlijk tot in den dood', aan de vliegende Hollander. Senta (Bodil de la Parra) steelt de harten van alle mannen in het dorp, maar haar eigen hart verliest ze voorgoed op het moment dat ze een schilderij ziet van de vliegende Hollander. Zij vormt het romantische middelpunt van een voorstelling die in de beste traditie van het Amsterdamse Bos gemaakt is: geestig, muzikaal en met een goede afwisseling tussen dramatiek en ontspanning.

De schipper en zijn bemanning vormen bijna een running gag, zoals ze elke keer langskomen om hun hulpeloze klompendansje te vertonen, terwijl je aan het eind toch geraakt bent als ze totaal gedemoraliseerd en ten einde raad zijn omdat er nooit een einde lijkt te komen aan hun wanhopig zwerven. De architect, de hoteleigenaar, de dichter, het zijn vet aangezette karikaturen, maar ze krijgen zoveel humor en dubbele bodems mee dat het geenszins stoort. Jaap ten Holt speelt een prachtrol als de doorgedraaide overviriele architect die op het laatst glimlachend zijn van gekleurde blokken gebouwde kasteel laat omdonderen en Wimie Wilhelm kan als geen ander een rijzige matrone neerzetten. De wisselingen in de vele dubbelrollen spelen zich op het laatst in alle openheid af en zo is het een voorstelling waarin het spel van illusie even snel wordt opgebouwd als afgebroken. De Vliegende Holander is een toegankelijke (mijn zoon van tien vond het vet') en feestelijke voorstelling die ook nog ergens over gaat: na afloop ben je zowaar geneigd de sterfelijkheid van de mens als een zegen te beschouwen.