Lang duurt het voordat de acteur eindelijk begint aan zijn verhaal. Eerst zes minuten muziek van Arvo Part, gevolgd door een ongemakkelijke stilte en keelgeschraap. Intussen zit de acteur op een paar kratten, midden op het grote, zwarte, lege toneel te kleumen, gehuld in een deken. Peter de Graef maakt het zichzelf -en het publiek-niet gemakkelijk in het begin van zijn solovoorstelling, Niks geheten.
Het is zijn derde, zelfgeschreven monoloog, eerder oogstte hij veel succes met Ombat (1994) en Henry (1997). Als acteur is hij de laatste paar jaren onder andere te zien geweest in De Wereldverbeteraar, Burgermansbruiloft en Reigen.
Langzaam maar zeker verovert hij met zijn indringende en sobere speelstijl ook nu weer de toeschouwers. Peter de Graef vertelt zijn verhaal direct, vlakbij het publiek. De belichting (van Arne Lievens) is eenvoudig maar doeltreffend en lijkt vooral bedoeld om op goed getimede momenten zijn toch al expressieve, grote ogen nog extra glans te verlenen. De Graef banjert heen en weer in zijn dikke pak kleren (hij ziet eruit alsof hij alles wat hij bezit over elkaar heen heeft aangetrokken) en draait het publiek soms zelfs rustig de rug toe. Middenin de monoloog draait plotseling de kraan open en wordt hij, weer zittend op de stellage van simpele houten kratten, door een fikse regenbui besproeid. Een prachtig beeld van totale onaangedaanheid levert dat op.
/Het verhaal dat hij vertelt in de ik-vorm, - dat ook heel persoonlijk lijkt te zijn, is geserreerd opgeschreven. Korte zinnetjes, geen woord teveel en toch heel poëtisch. In een paar korte regels schetst hij een personage, met bijna niks weet hij een wereld op te roepen. Vaak zijn het gedachtenspinsels, waarop hij verder associeert. Zijn verwondering is oprecht, bijvoorbeeld over het fenomeen van de koeien: "die eten groen gras en ademen blauwe lucht en zelf worden ze wit en zwart (...)". Net als in Henry, waarin hij optrad als engelbewaarder, kijkt hij met enige afstand en veel humor naar het aardse gedoe. Aan het eind komen alle losse fragmenten mooi bij elkaar. Minder anekdotisch dan zijn vorige stukken, uiterst geconcentreerd en met een grote intensiteit schetst Peter de Graef een ontroerend en humorvol portret. Van Niks maakt hij iets moois.