Een verhaal dat begint bij het eind en dan teruggaat in de tijd, het werkt gek genoeg vaak heel spannend. Als toeschouwer weet je meer dan de personages zelf, je weet namelijk al hoe het afloopt. Zo kun je de aandacht richten op andere zaken dan alleen het verhaaltje: je ziet hoe de personages worstelen met de waarheid, met sociale leugentjes om bestwil en met regelrecht bedrog. Een spannend psychologisch spel.

Bedrog (1978) van de beroemde Harold Pinter, een van de grootste Engelse toneelschrijvers en Nobelprijswinnaar, is zo'n reis terug in de tijd. In negen scènes die zich afspelen in een tijdsbestek van negen jaar ontrafelt Pinter op ingenieuze wijze het web van intriges en leugens.

Het gaat over een driehoeksverhouding: Emma is getrouwd met Robert maar ze heeft zeven jaar lang een affaire met Jerry, de beste vriend van Robert. Als het stuk begint, zien Emma en Jerry elkaar weer voor het eerst, twee jaar nadat hun affaire is afgelopen. Ze staan ver van elkaar af, tegen een wit doek dat in koeienletters 2028 aangeeft. Telkens wanneer een nieuwe scène begint, wordt het oude doek eraf getrokken en wordt een nieuw doek zichtbaar dat aangeeft in welk jaar we zijn; een toneelbeeld van Ilona Overweg dat alle ruimte aan de verbeelding geeft en wars is van realisme. Aan het slot van de voorstelling zijn we in het nu, in 2019. Waarom regisseur Olivier Diepenhorst het stuk in de toekomst plaatst, wordt niet helemaal duidelijk. Andere aanwijzingen over tijd en plaats worden nauwlettend gevolgd, er is geen sprake van een actualisering van de tekst. Een mogelijke reden zou kunnen zijn dat het stuk, dat meestal gespeeld wordt door veertigers, nu een uitgesproken jonge cast kent, van (midden) dertigers. Ze kijken als het ware alvast naar hun toekomstige 'midlifecrisis', wellicht om de angst te bezweren, zoals Diepenhorst in een interview laat doorschemeren.

Hoe dan ook, het is een fijn stel acteurs die het stuk bevolken: Jessie Wilms, Matthijs IJgosse en Justus van Dillen. Ze spelen voluit, zonder scrupules. De spanning zit 'm in het gegeven dat je steeds weer nieuwe stukjes van de puzzel krijgt aangereikt, die lang niet altijd blijken te kloppen. Zo kom je erachter dat Robert allang weet dat zijn beste vriend een verhouding met zijn vrouw heeft. Je wordt als toeschouwer steeds op het verkeerde been gezet. Pinter speelt in dit stuk een complex spel, niet alleen met waarheid en leugen, overspel en bedrog, maar ook en misschien vooral met de herinnering.