In de Ovomaltine zitten nog klonten en eigenlijk houdt moeder helemaal niet van Ovomaltine. Haar dochter laat ze eindeloos heen en weer lopen voor een lepel, een bordje havermout, een schepje suiker en vooral een onbeperkte dosis aandacht. Ze klaagt en zeurt en gedraagt zich als een zielige invalide, maar zodra er niemand kijkt, zit ze in haar schommelstoel vrolijk heen en weer te hupsen.Nelly Frijda speelt de oude moeder in The Beauty Queen of Leenane, een uniek samenwerkingsverband van de producenten Albert Verlinde en Roel Vente en DUS oftewel De Utrechtse Spelen, in een regie van Jos Thie. Met deze samenwerking willen de producenten 'het imago van het Nederlandse toneel verbeteren.'

Welnu, dat gaat niet lukken. In een ronduit bloedeloze regie wordt een soort toneel vertoond dat inNederland vrijwel uitgestorven is.

De personages zijn cliché-figuren van een cartooneske eendimensionaliteit. Nelly Frijda doet niet veel meer dan voortborduren op haar Ma Flodderimago, maar ze schiet tekort in het geven van accenten aan haar personage. Annick Boer heeft een beroerde dictie waardoor ze slecht te verstaan is. Waldemar Torenstra zorgt met zijn monoloog nog voor een van de weinige momenten dat er iets gebeurt op het toneel, maar blijft ook steken in een robuuste arbeiderstypering en voor de rol van zijn broer is Teun Luijkx net een maatje te klein. In de regie van de personages is gekozen voor een naturalistische aanpak waarin noch de komische kant, noch de tragiek van het stuk tot zijn recht komt.

Het decor is ronduit lelijk: een soort nepgrot die van papier maché lijkt te zijn gemaakt, een parodie op een kerststal, met een paar realistische elementen zoals de nodige blikken Ovomaltine.

Al met al weet deze enscenering van het ooit door Johan Simons zo fraai geregisseerde stuk van de Ierse schrijver McDonagh het 'imago van het Nederlands toneel' opzienbarend te verslechteren.