De tweelingbroers zijn identiek gekleed in een wit hemd en een ouderwetse, witte onderbroek. Ze zien er onschuldig genoeg uit, zoals ze elkaars hand vasthouden en het publiek met grote, open ogen . aanblikken. In haar bekroonde roman Het dikke schrift (1986) beschrijft de Hongaarse Agota Kristof de lotgevallen van een naamloze tweeling die vanwege de oorlog opgroeit bij hun grootmoeder. Een wrede wereld is het waarin ze terecht komen. Grootmoeder wordt door de dorpelingen als heks bejegend en ze behandelt de jongens totaal liefdeloos. Om zich te wapenen tegen de harde werkelijkheid, doen de jongens oefeningen in gevoelloosheid. Lijfstraffen, sigarettenpeuken uitdrukken in de hand, honger lijden, ze gaan steeds verder in hun poging zich een harnas van gevoelloosheid aan te meten. Alles wat pijn doet, moet worden overwonnen.

Het Vlaamse gezelschap De Onderneming heeft het verhaal van de tweelingbroers in een strakke en theatrale vorm gegoten. Al in de openingsscene wordt de sfeer aangegeven: op het donkere toneel is alleen een kaarsje zichtbaar en prevelt iemand Hongaarse woorden, lacht even bij een herinnering, spuugt dan boos op de grond.

De vele personages worden met veel liefde en precisie neergezet. Robby Cleiren en Gunther Lesage spelen de tweelingbroers; Ryszard Turbiasz en Carly Wijs nemen alle overige rollen voor hun rekening. Turbiasz is met zijn lange, piekhaar en een groot, bruin schort aan een prachtige verschijning als de koboldachtige grootmoeder, diep geworteld in het Hongaarse platteland; Carly Wijs speelt even overtuigend het achterlijke meisje Hazelip van wie niemand wil houden, terwijl ze zo naar liefde smacht. Huiveringwekkend is de scene waarin verteld wordt hoe ze verkracht wordt door een stuk of twaalf soldaten en sterft, terwijl ze alsmaar roept: "Ik ben zo blij, zo blij!"

Het bijzondere taalgebruik van Kristof -zij laat de broers spreken in de wij-vorm, altijd in de tegenwoordige tijd en in een kunstmatig keurige, neutrale taal waaruit elk emotioneel begrip wordt geweerd- blijft in de voorstelling grotendeels behouden. Als toeschouwer word je heen en weer geslingerd tussen sympathie en afkeer: enerzijds streeft de tweeling naar een puurheid die ver verheven is boven het alledaagse gerommel met goed en kwaad; anderzijds verricht zij in naam van diezelfde puurheid volstrekt onbewogen de meest vreselijke gruweldaden. Met Het dikke schrift slaagt De Onderneming er in korte, fragmentarische scenes in humor, ontroering en ernst perfect in evenwicht te brengen.