Het klinkt weinig aanlokkelijk. Een voorstelling, gebaseerd op de geruchtmakende Probo Koala-affaire in 2006. Wat was dat ook alweer? O ja, dat bedrijf Trafigura uit Amstelveen dat gifafval dumpte in Ivoorkust. Hoe maak je daar in vredesnaam theater van?
Eric de Vroedt (concept, tekst en regie) is inmiddels toe aan deel negen van zijn succesvolle serie mighty society: een zoektocht naar theater dat op een 'nieuwe manier geëngageerd' is. In september was deel acht, de Wildersmusical, de talk of the town, mede door de enorme publiciteit die de audities voor de titelrol opleverden.
De Probo Koala-affaire spreekt op het eerste gezicht minder tot de verbeelding. Toch is De Vroedt er in geslaagd ook over dit schandaal een intelligente en meeslepende voorstelling te maken waarin de complexe maatschappelijke, politieke en sociale lagen een voor een worden blootgelegd. Het is een caleidoscopisch geheel waarin telkens andere stukjes van de spiegel flarden werkelijkheid zichtbaar maken.
Liefde in tijden van gifaffaires is opgebouwd uit drie delen: in het eerste deel worden de dubieuze televisieopnames voor een soort talentenjacht ergens in Afrika getoond. Het levert een even cynisch als hilarisch beeld op van de media. 'Als het maar raakt', roept de regisseur die een pakkend beeld moet schetsen van 'de' Afrikaan. En dan is een klein leugentje om bestwil niet zo'n groot probleem. Die iets te nieuwe telefoon, kan die uit beeld? Dat strookt niet met het beeld van de zielige zwarte. En als het niet zijn vrouw was die een miskraam had, kan hij toch wel doen alsof het wel zo was. De mensen in het westen moeten zich kunnen identificeren, het leed moet persoonlijk worden gemaakt. Geraffineerd wordt de spanning opgebouwd en de toeschouwer telkens op het verkeerde been gezet. Doordat het beeld van 'de' Afrikaan, een geestige rol van Gustav Borreman, levensgroot wordt geprojecteerd, ontstaat een indringend beeld. De clichébeelden worden als het ware op hun kop gezet en flink uitgeschud. Wat blijft er dan over? Er valt veel te lachen maar op het moment dat het onschuldig vermaak lijkt te worden, voert De Vroedt als een ware meester achter de knoppen de intensiteit op en begint het verhaal te schuren en te raken. In het tweede deel blinkt vooral Hein van der Heijden uit als Jason, de directeur van Trafigura: de vleesgeworden hypocrisie. Een presentatie voor de aandeelhouders loopt totaal uit de hand als het persoonlijke en het zakelijke door elkaar heen beginnen te lopen. Hier overspeelt De Vroedt zijn hand enigszins wanneer hij ook nog het Medeaverhaal probeert te vlechten door alle andere verwikkelingen heen. Te pompeus en te gezocht: de vanzelfsprekendheid van het eerste deel ontbreekt hier. Het derde deel is een duel tussen een mooie hiphopdanser en een Hollandse kantoorklerk, de acteur Bram Coopmans. Een fysieke botsing tussen twee culturen. Geestig, maar ook wrang. Dat geldt voor de hele voorstelling, waarvan vooral het eerste deel briljant theater oplevert.